Vakantie 2002 - deel 4
Woensdag 24 juli:
Na een puur uur van diepe slaap werd ik alweer wakker met de knagende vragen van de avond daarvoor nog steeds in mijn hoofd. Inslapen lukte niet meer. Ik pakte mijn boek en ging lezen. Het was nog te vroeg om op te staan. Tegen zeven uur ging ik er toch maar uit. Ik ontbeet en douchte me daarna en ging toen bij de telefoon zitten. Zou ik nu al kunnen bellen? Of was het nog te vroeg? Toch nog maar eventjes wachten. Om halfnegen koos ik het nummer uit het telefoonboek van mijn gsm.
"Met de praktijk van dokter Waelbers." Hoorde ik de stem van Casper.
"Goedemorgen zeg, met Rogier. Verdien je er wat bij in je vakantie of maakt Vincent misbruik van je aanwezigheid."
"Laten we het op het laatste houden. Betalen doet hij me niet tenzij je natuurlijk
"
"Nee, daar wil ik het niet met je over hebben," viel ik hem in de rede. "Dat is te privé!"
"Je weet niet eens wat ik wilde zeggen?" verdedigde hij zich. Ik lachte.
"Zeg is de hooggeleerde heer dokter nog te spreken of is hij al druk bezig met zijn spreekuur."
"Hij heeft een cliënt op dit moment bij zich maar wacht even ik geloof dat ik een deur hoor slaan. Blijf je even hangen?"
"Natuurlijk." Het duurde even voor Casper zich weer meldde.
"Ja, de goeroe is klaar voor je dus ik verbind je door."
"Dank je Casper."
"Graag gedaan en geniet van je vakantie Rogier."
"Zo jij bent er vroeg bij zeg. Gelukkig voor jou had mijn cliënt niet zo veel zin in praten en heb ik de sessie voortijdig afgebroken. Zeg eens wat heb je op je hart!" Typisch Vincent. Meteen hele volzinnen voordat jij nog maar één woord hebt kunnen uitbrengen.
"Zo, goedemorgen Vincent. Alles goed met je?" stangde ik hem.
"Sorry, Rogier. Je hebt gelijk. Laat ik opnieuw beginnen
"
"Als je het maar laat! Weet je wat dat kost met zo'n mobiele bellen helemaal vanuit Zuid-Limburg naar Zwolle?"
"Nee, en ik wil het ook niet weten!"
"Ik heb een probleempje."
"Zooo? Daar kijk ik van op! Meneer belt al net iets na halfnegen en zegt dat hij een probleempje heeft. Ik geloof dat ik dat al wel geraden had jongen!"
"Hou op man. Kunnen we even serieus met elkaar praten of moet ik dan echt eerst bij je op de divan komen liggen?"
"Nee, natuurlijk niet Rogier. Vertel het eens."
"Er is iets mis met me. Tot twee keer toe ben ik op de versiertoer gegaan en beide keren heb ik iemand gevonden die mij wel zag zitten en andersom ook en toch is er beide keren niets, helemaal niets gebeurd omdat ik op de een of andere manier terugdeins. Steeds zijn er van die 'stemmetjes', zo noem ik ze maar, in me die zeggen dat ik het niet moet doen! Wat is dat?" Even was het stil en ik vond dat een goed teken omdat ik wist dat Vincent nu in elk geval serieus bezig was.
"Ben je verliefd?"
"Ik? Nee natuurlijk niet!"
"Nou ja, het kon toch zijn dat je hier thuis al iemand ontmoet had voor wie je heel veel voelt en dan kan het een heel logische reactie zijn dat zodra je iemand anders treft ergens op de achtergrond iemand in je hoofd opduikt die zegt van 'hé dat kun je niet maken!'"
"Maar ik ben niet verliefd!"
"Ik geloof je. Vertel me eens wie je daar allemaal ontmoet hebt dan." En vanaf zaterdag begon ik hem uitvoerig uit de doeken te doen wie ik allemaal getroffen had. Af en toe stelde hij een vraag tussendoor. Toen ik uitgepraat was, viel er weer een grote stilte.
"Klaar voor mijn analyse?"
"Ja, schiet maar!"
"Ik heb het sterke idee dat Ken meer voor je betekent dan je wilt toegeven en
"
"Ach kom man! Krijg nou wat. Daar geloof ik helemaal niets van. Die knaap is nog maar 16 en ik bijna 24. Ik ben wel 8 jaar ouder. Hij is nog een kind zeg!"
"Ja, vraag me dan niet om mijn mening Rogier! Dit is zoals ik het zie! En bovendien wat doet dat verschil in jaren er toe? Wat denk je van Casper en mij?" Ik bromde wat terug. "Leeftijd is niet belangrijk jongen neem dat van mij aan. Maar aangezien je geen betaalde klant van me bent, moet ik je nu gaan afkappen. Ze staan hier in rijen voor mijn deur. Dus
"
"Ik begrijp het Vincent. Bedankt."
"En je wilde er niet aan?"
"Nee, maar toch bedankt."
"Geef het wat tijd Rogier. Maar negeer die stemmen niet! Ze zijn belangrijk, geloof me."
"Ik geloof u dokter!" We dolden nog wat en sloten toen ons gesprek af. Met een diepe zucht liet ik de telefoon naast me op de bank vallen. Ik verliefd op Ken? Kom zeg! No way!
Die dag was het petweer maar ondanks dat besloot ik toch mijn geplande uitje te gaan uitvoeren. Het was de dag van de 'Koelmarkt' in Vijlen, een dorpje vier kilometer verderop. Ik trok mijn wandelschoenen en een regenjas aan en stapte vrolijk fluitend langs de weg. De regen deed me niets. Ik genoot van de omgeving en heel af en toe stond ik mijn gedachten toe om af te dwalen. Te mijmeren over mijn probleem of even te denken aan mijn vader. Voor ik het wist naderde ik het dorp. Aan beide kanten van de weg stonden auto's geparkeerd en verbaasd vroeg ik me af waarom er niet ergens een paar velden afgezet waren om als parkeerplaats te dienen. Voor voetgangers zoals ik was dit in elk geval levensgevaarlijk. Slecht zicht vanwege het weer en dan ook nog eens bijna midden op de weg moeten gaan lopen. Later hoorde ik dat er wel degelijk een aantal weilanden als parkeerplaats gediend had maar daar moest je een hele euro voor neertellen en je weet natuurlijk hoe Nederlanders zijn!
Wat ik wel heel vreemd vond was dat je entree moest betalen om de markt zelf te bezoeken? Bij ons in Zwolle is er in de zomermaanden elke woensdag iets te doen in de binnenstad maar geen hond die eraan zal denken om daar de toeristen geld uit hun zak te kloppen voor de toegang. Hier bleek dat echter heel gewoon. De inhoud van de markt viel me eerlijk gezegd reuze tegen. Voor die 1,50 had ik graag toch iets bijzonders willen zien. Terwijl ik zo langs de kraampjes slenterde zag ik ineens de familie Walters. Vader en moeder met een capuchon op het hoofd en Ken zonder muts. Zijn lange zwarte haren waren drijfnat en lekten op zijn regenjas.
"Hé kijk eens! Een bekende," begroette Jan me. We schudden elkaar de hand of we elkaar tijden niet gezien hadden. Zijn vrouw zag ik nu ook voor het eerst echt goed en het viel me op hoe klein en tenger ze was. Onvoorstelbaar dat uit zo'n klein vrouwtje zo'n grote zoon kon voortkomen eigenlijk. Ook zij schudde mijn hand en vroeg hoe ik het vond.
"Nou eigenlijk niet zo bijzonder. Ik had er meer van verwacht en zeker als je voor de toegang moet dokken." Ze glimlachte. Jan lachte luid.
"Ja. Eigenlijk niet normaal zoiets maar voor zover ik weet is het om de kas van de carnavalsvereniging te spekken en dan ligt het toch weer iets anders."
"Oh ja?" Hij keek me verbaasd aan. "Wij als toeristen betalen voor het feest dat zij hier gaan vieren? Nou ik blijf het oneerlijk vinden!" Jan keek me merkwaardig aan. "Een grapje is het hoor Jan!" Toen glimlachte hij ook.
"Ken," zei mevrouw Walters, "laat hem eens zien wat je gekocht hebt."
"Nee, is niet nodig."
"Tuurlijk wel Ken," drong zijn vader aan. "Je vindt het toch zeker mooi?" Nu werd ik ook benieuwd. De jongen ritste zijn regenjas los en liet me een halsketting zien. Ik weet niet precies hoe zo'n ding heet maar het was zo'n ketting die je strak om je nek draagt en met allerlei gekleurde schijfjes. De zijne waren in allerlei verschillende tinten bruin en het stond hem goed.
"Mooi Ken. Staat je prima!" reageerde ik. Ik zag hem tot achter zijn oren blozen en snel trok hij de rits weer op. "Waarom heet het eigenlijk 'Koelmarkt'?" richtte ik een vraag tot Jan. "Is het omdat op deze marktdag het weer altijd zo koel is?"
"Nee, volgens mij heeft het te maken met het feestterrein dat daar ligt." Hij maakte een armgebaar. "Dat ligt lager dan de rest van het dorp in een soort kuil dus. Kuil is in het dialect dus 'koel'. Tenminste dat is het naar mijn idee."
"Ja, zou heel goed kunnen. Is daar nog wat bijzonders te zien dan?"
"Niet echt. Hetzelfde als hier. Wat kraampjes met oude rommel, Chinese wierook en andere spullen. En je kunt er ook iets te eten en drinken krijgen als je trek hebt."
"Hebben jullie trek?" vroeg ik terwijl ik hen een voor een aankeek.
"Nee, we moeten zo naar huis," antwoordde Jan voor het gezin.
"Oké, dan ga ik maar eens verder met neuzen," zei ik en maakte aanstalten om verder te lopen.
"Zeg heb je zin misschien om vanmiddag op theevisite te komen?" vroeg mevrouw Walters met zachte stem. "Het is mijn verjaardag zie je!"
"Natuurlijk, graag zelfs. En," ik stak haar opnieuw mijn hand toe, "van harte gefeliciteerd. Ik ga je leeftijd niet schatten want dan sla ik vast een enorm pleefiguur." Dit keer bloosde Kens moeder. Na de afspraak preciezer geregeld te hebben, liepen we van elkaar vandaan.
In de 'koel' was inderdaad niet veel anders te zien dan op de markt zelf. Het veld was nat maar gelukkig waren de grootste modderpoelen afgedekt met houtsnippers. Ik nam een kop koffie en praatte wat met andere bezoekers. Het was al tegen enen toen ik de terugweg naar huis aanvaardde. Anderhalf uur later was ik thuis. Snel trok ik mijn natte spullen uit en stapte ik onder een warme douche. Het warme water deed me goed.
Precies om drie uur klopte ik op de deur van het huisje van de familie Walters. Ken deed me de deur opende met een gemompeld 'hoi'.
"Het spijt me geweldig maar ik heb geen tijd meer gehad om iets voor je te kopen," verontschuldigde ik me bij de jarige.
"Dat hoeft ook helemaal toch niet. Alleen al dat je er bent is bijzonder genoeg. Anders had ik helemaal geen visite gehad dit jaar." Ik begreep haar standpunt en ging naast Ken op de tweepersoonsbank zitten. Hun huisje was duidelijk groter dan het mijne en bevatte in elk geval niet zo veel trappetjes. De thee smaakte goed en ook de cake die het feestvarken zelf (thuis) gebakken had ging er lekker in bij mij. Jan was de meeste tijd aan het woord en heel af en toe voegde zijn vrouw, die Marja heette, iets toe. Natuurlijk ging het gesprek ook over Ken af en toe en als ik hem dan zijdelings aankeek, zag ik telkens die rode blos op de wang die naar mij toegekeerd was.
"Zeg Ken, waarom laat je Rogier je plakboeken van je bouwmodellen niet eens zien," zei Jan toen we het over hobby's hadden.
"Waarom?"
"Nou, is toch leuk om te laten zien. Je mag er best trots op zijn hoor!"
"Liever niet."
"Toe Ken," spoorde zijn moeder hem aan. "Ze zijn heel leuk."
"Als hij niet wil, hoeft het niet hoor," probeerde ik hem te verdedigen maar dit had juist de omgekeerde werking. Hij keek me aan, zonder te blozen dit keer en liep de trap op naar boven. Even later was hij terug met een groot plakboek. En ineens was de zwijgzame Ken veranderd in een spraakwaterval. Naast mij zittend liet hij me allerlei foto's van vliegtuigmodellen zien die hij uit bouwdozen had samengesteld. Bij elke foto stond een lijstje met details in een keurig net handschrift. Nu gaat mijn kennis van vliegtuigen niet verder dan McDonellDouglas (weet niet eens of ik dit wel goed schrijf), Lockhead en Boeing maar in de tijd dat hij lustig met mij praatte vlogen er heel wat meer merknamen in het rond. Ik was verbaasd over zijn parate kennis en liet dat door opmerkingen en vragen tussendoor ook duidelijk blijken. Dan bloosde hij weer lichtjes en ik vond het plezierig om die rode gloed op zijn wangen te zien. Zijn vader en moeder hielden zich geheel op de achtergrond terwijl hij met mij aan het praten was en dat sierde hen. Voor het eerst kreeg ik het idee dat ze hem zijn gang lieten gaan.
De tijd vloog om en uiteindelijk kwam er toch een interruptie.
"Zeg Ken, je moet je toelichting staken jongen," zei zijn moeder op zachte toon. "We moeten nog naar de winkel toe anders hebben we de komende dagen helemaal niets meer te eten." Hij knikte, keek me aan en klapte het boek dicht.
"Goed mam, je hebt gelijk. Als ik op mijn praatstoel zit dan ben ik soms niet te houden," verontschuldigde hij zich naar mij toe.
"Heeft niet iedereen dat, Ken?"
"Denk het wel."
"Goed dan moet ik maar eens gaan maar ik zou het heel fijn vinden als ik volgende week woensdag, mijn verjaardag, iets voor jullie terug mag doen." Jan en Marja begonnen tegelijk te praten en te zeggen dat het niet nodig was iets terug te doen. "Ik vind het leuk," viel ik hun bezwaren in de rede, "en weet een heel leuk uitje. Om halftien sta ik die ochtend klaar met de auto." Ze vielen beiden stil. "Goed?" Er werd geknikt. Ik stond op en liep glimlachend terug naar mijn huisje. Ik zat nog maar net op de bank toen er werd geklopt. Ik stond op en opende de deur.
"Sorry, dat ik je stoor maar zou ik even met je mogen praten?" Verbaasd keek ik Jan Walters aan. Praten? We hadden de helft van de middag toch niet anders gedaan?
"Natuurlijk kom binnen," zei ik joviaal en hoopte dat hij van mijn verbazing niets gemerkt had. Dat had hij wel.
"Kan me voorstellen dat je verbaasd bent maar dit is iets wat ik graag met je wil bespreken zonder dat Ken er bij is."
"Is het dan wel helemaal eerlijk tegenover hem?"
"Ook die opmerking begrijp ik," zei hij terwijl hij in een stoel ging zitten. "Het is niet makkelijk voor mij om over te beginnen. Maar het moet er toch van komen. Mijn vrouw en ik hebben het er erg moeilijk mee maar het kan gewoon niet anders. Gisteravond hebben wij er heel lang over gesproken samen en alsjeblieft luister naar me."
"Oké ik zal luisteren." En ging tegenover hem op de bank zitten.
"Ken is onze enigste en het heeft heel veel moeite gekost om hem te krijgen. We zijn getrouwd toen we 21 waren en wilden heel graag een stuk of wat kinderen. Er stond ons niets in de weg om meteen te beginnen. Echter eerst lukte het zwanger worden niet. Jaren geprobeerd maar geen resultaat. Toen het medische circuit in. Kijken aan wie het lag waarbij we beiden bang waren voor het antwoord. Er bleek echter technisch gezien helemaal niets mis te zijn. Na zes jaar werd mijn vrouw eindelijk zwanger. We waren dolblij maar na twee maanden brak de zwangerschap spontaan af. Miskraam! De verslagenheid groot maar de artsen verzekerden ons dat er geen enkele reden was om niet opnieuw te beginnen. Het werd een grote lijdensweg waar Marja en ik bijna aan onderdoor gingen. Tot zes keer toe raakte ze zwanger en net zovele malen ging het mis. Heel vaak gaf ik haar aan dat het beter was om te stoppen dan om telkens maar weer die teleurstelling te moeten doormaken maar Marja was in dit nog koppiger dan ik. Ze wilde zo graag een kind! Toen ze 35 was, raakte ze opnieuw zwanger. Ditmaal werd het hele proces van bevruchting en dergelijke heel uitvoerig begeleid vanuit het ziekenhuis en toen eenmaal de zwangerschap was vastgesteld moest ze de rest van de maanden volstrekt plat blijven liggen. Kun je je dat voorstellen: negen maanden plat in bed!" Ik schudde mijn hoofd. "Het was een vreselijke periode maar uiteindelijk diende Ken zich aan en het klinkt misschien gek maar al die ellende is het waard geweest. Ken is het meest dierbare dat we bezitten en dat
dat maakt ons ook meteen zo kwetsbaar. Meer kinderen krijgen was na dit ondenkbaar. We hadden er één en waren zielsgelukkig met die kleine. Maar dat kwetsbare bleef en heeft ons al die jaren in de greep gehouden. We zijn zo vreselijk bang dat hem iets overkomt dat we zo langzamerhand het gevoel beginnen te krijgen dat we misschien toch niet zo goed bezig zijn. Ken geeft nooit tegengas als wij iets beslissen en dat is gewoon niet goed! Altijd richt hij zich naar ons en ik weet ook wel dat wij te dominant zijn maar het is zo vreselijk moeilijk om hem los te laten. Of de verantwoordelijkheid aan hem over te laten." Hij steunde zijn hoofd op zijn handen en zuchtte diep. Gut, wat moest ik hiermee? "En nu
nu zul je wel denken: wat moet ik daar mee?"
"Ja, eigenlijk wel."
"Ken is 16 en alhoewel wij het prachtig vinden dat hij nog steeds met ons meegaat op vakantie zou het voor hem veel beter zijn als hij zijn eigen weg zo langzamerhand ging zoeken. Maar
en daar komt het
wij durven hem niet te laten gaan en hij dringt niet aan! Een patstelling waarvan ik niet weet hoe ik die moet doorbreken. Was hij maar wat stijfkoppiger en gooide hij maar eens zijn kont tegen de kribbe! Maar nee, dat doet hij niet! Nooit!"
"Dus eigenlijk willen jullie dat hij dingen voor zichzelf gaat doen terwijl hij daar zelf niet om vraagt?"
"Het is toch niet goed voor zo'n jonge knul om altijd maar achter zijn vader en moeder aan te lopen?"
"Nee, op zich niet, denk ik maar als hij het zelf niet aangeeft dan heeft hij er misschien ook geen behoefte aan?"
"Dat zou kunnen maar ik denk dat het veel meer komt omdat hij ons niet wil teleurstellen. Hij ons geen problemen wil bezorgen. Hij weet van onze bezorgdheid en als hij eens een avondje zou gaan stappen, weet hij dat wij ons vreselijk zorgen zouden gaan maken."
"Ah, ik begrijp het. De schoen wringt hem aan twee kanten dus!"
"Inderdaad. Van onze kant is het geen onwil om hem los te laten maar alleen maar bezorgdheid en ik weet dat ik heel dominant kan overkomen. Mijn grote fout. Zoals bijvoorbeeld met die broek die jij hem geleend had. Ik weet nog niet hoe ik het in mijn hoofd heb gehaald om hem dat te verbieden. Gewoon ongelofelijk stom."
"We maken allemaal wel eens onze fouten, Jan!"
"Inderdaad maar het is zo verschrikkelijk betuttelend en
niet zo bedoeld."
"Maar
waar kom ik nou in het verhaal voor? Ik snap nog steeds niet welke kant je uit wilt!" Lang bleef het stil. Jan keek me recht in de ogen en ik was niet van zins zijn blik te ontwijken. Zo zaten we daar elkaar aan te kijken.
"Ik heb het idee dat Ken jou heel graag mag."
"Ik hem ook."
"Ja, jullie kunnen heel goed met elkaar en daarom durf ik het jou wel te vragen."
"Wat vragen?"
"Zou je heel misschien een poging willen doen om Ken in deze vakantie wat van ons los te weken?" Wow, een hele vraag. Ik keek Jan niet meer recht aan maar liet mijn blik door het venster naar buiten dwalen. Wow, wat een gigantische verantwoordelijkheid werd me in de schoot geworpen. "Je hoeft niet meteen te beslissen."
"Je bedoelt gewoon dat ik overdag met hem optrek?"
"Ja en misschien dat hij 's avonds wat t.v. bij jou kijkt?"
"Uitgaan?" Een iets benauwde blik kwam in zijn ogen.
"Ja ook dat. Als hij bij jou is, vertrouw ik dat wel."
"Maar ik wil niet fungeren eigenlijk als een oppas!"
"Nee, dat is ook niet de bedoeling. Zie het als een vriendschap waarin jullie gewoon veel met elkaar omgaan. Het maakt me niet uit als er kosten aan verbonden zijn. Ik betaal alles."
"Nou, dat is ook weer niet nodig."
"Maar als je extra kosten gaat maken, sta ik erop dat ik die betaal!"
"Oké. Goed." Het werd opnieuw stil. Ik dacht na en Jan gaf me die tijd. Het was een hele verantwoordelijkheid maar wel een die me aanstond. "Ik doe het," antwoordde ik Kens vader.
"Prima," zei hij. Hij stond op en schudde mijn hand om onze afspraak te bezegelen. "Maar ik zou wel graag willen dat Ken niets van deze afspraak weet."
"Maar zou hij het niet vreemd vinden als jullie ineens hem de vrije hand laten?"
"Misschien wel maar het lijkt me daarom ook het beste als jij hem bijvoorbeeld vraagt om mee uit te gaan, mee te gaan fietsen of wat dan maar ook!"
"Goed, dan doen we het zo! Meteen maar beginnen vanavond dan?" Opnieuw verscheen even die bezorgde blik.
"Wat had je in gedachten?" En ik vertelde hem van de woensdagavonden in Slenaken waarop er altijd muziek in het dorp was. "Lijkt me een goed plan. Als je dan straks na het eten hem komt ophalen?" We bezegelden onze afspraak met een tweede handdruk en ik zag in zijn ogen hoe opgelucht maar tegelijkertijd ook hoe bezorgd hij was.
Toen ik gegeten had en de afwas gedaan was, kleedde ik me om voor een avondje uit. Ik liep naar het huisje van de Walters en klopte aan. Marja deed open.
"Goedenavond, is Ken ook thuis?"
"Ja, ik zal hem even roepen. Kom binnen." Haar stem klonk door het huisje en de lange slungelachtige jongen kwam naar beneden gelopen ervoor zorgend dat hij zijn hoofd niet stootte.
"Zeg heb je misschien zin om mee te gaan naar Slenaken vanavond. Er is daar op woensdag altijd muziek en ik ga erheen dus als je zin hebt
" Ik zag zijn ogen even oplichten maar meteen ook doofde het vuur weer.
"Weet niet," klonk het zachte antwoord. "Denk het niet."
"Waarom niet Ken," vroeg zijn moeder. "Dan ben je er eens een avondje uit. Is goed voor je jongen."
"Ja, je hoeft niet steeds bij ons te blijven zitten," vulde zijn vader aan. "En bovendien is het hartstikke aardig van Rogier dat hij je meevraagt."
"Vinden jullie het goed dan?" Volkomen ongeloof klonk door in de stem van de jongen.
"Ja," zei zijn moeder.
"Natuurlijk," bevestigde zijn vader.
"Dan ga ik even wat anders aantrekken," zei hij en rende terug naar boven. Ik nam plaats op een stoel en Jan knipoogde naar mij.
"Hoe laat zijn jullie terug?"
"Weet het niet precies, Marja. Maar het lijkt me beter dat jullie niet opblijven. Geef hem een sleutel mee dan kan hij er altijd zelf in." Een vertwijfelde blik vloog heen en weer. "Echt als jullie hem los willen laten is dat beter," sprak ik gedempt. "Geef hem het gevoel dat hij zelf verantwoordelijk is." In een keurige, donkerblauwe, strakke spijkerbroek en een rood poloshirt kwam Ken naar beneden gezet. De ketting die hij die ochtend gekocht had op de markt was zichtbaar bij de halsopening. Ik kon zien dat hij zijn lange haren gekamd of geborsteld had want er zat warempel enig model in. Zijn vader stond op en overhandigde hem een sleutel.
"Hier jongen, dan hoeven we niet op je te wachten straks. En hier wat geld om Rogier ook eens te trakteren."
"Dank je pap. En mag ik
"
"Ja natuurlijk. Je bent zestien en mag wat drinken als je dat wilt. Ik neem aan dat je je grenzen kent en weet wanneer je moet stoppen." Van zijn zoon gleed zijn blik naar mij. Ik voelde hoe hij me verantwoordelijk stelde en ik zou ervoor zorgen dat de jongen niet bezopen thuis zou komen. Zelf ben ik ook geen echte drinker dus dat zou geen probleem zijn. Ken trok een spijkerjack aan en samen liepen we naar mijn auto toe. Zijn ouders stonden op de stoep. Meteen toen we in de auto zaten begon hij te praten.
"Ik snap hier helemaal niets van! Knijp me want ik heb het gevoel dat ik droom. Nog nooit hebben ze me een avond uit laten gaan!"
"Heb je er wel om gevraagd dan?"
"Nee, eigenlijk ook niet maar ik weet gewoon dat ze me liever thuis hebben. Veilig bij hen!" Ik reed achteruit en toen de parkeerplaats af. Ken stak een hand op naar zijn vader en moeder. "Heb er misschien zelf ook niet zo'n behoefte aan gehad en ik weet gewoon dat ik hen bezorgd zou maken als ik uit zou gaan. Het zijn prima ouders en ze houden heel veel van me maar ze zijn zo vreselijk bang gewoon dat mij iets overkomt en ik
"
"Jij wilt ze geen verdriet doen en daarom stel je je eigen wensen steeds bij aan die van hen."
"Ja, dat is een goede samenvatting van mijn gedrag denk ik."
"Maar zo kun je niet blijven leven, Ken. Je moet ook eens voor jezelf durven opkomen. Anders ontplooi je jezelf nooit, komt er nooit uit je wat er allemaal inzit."
"Maar het heeft zoiets van
van ondankbaar zijn als ik niet doe wat ze van me vragen en ongezegd vragen." Ik begreep hem en knikte. "Ik wil dat ze van me blijven houden
zie je?"
"Ik begrijp je helemaal jongen maar je moet ook je eigen leven proberen te gaan leiden."
"Ja dat weet ik ook wel maar dat valt niet mee. Het is moeilijk om volwassen te worden. Het is veel makkelijker als je alle verantwoordelijkheid van je af kunt schuiven." Vanachter het stuur keek ik naar hem om te zien of hij een grapje maakte of het serieus meende. Toen hij mijn twijfelachtige blik zag zei hij: "Ik meen het Rogier. Ik vind het vreselijk om verantwoordelijkheid te moeten dragen."
"Dat komt omdat je het nooit gewend bent geweest. Toen ik klein was en bij mijn vader woonde, leerde die me al vroeg wat mijn verantwoordelijkheden waren. Ik kreeg taken en zo en af en toe vroeg hij me gewoon 'Wat vind jij daar nou van?'. En dat soort dingen heeft mij geleerd in elk geval dat ik over heel veel dingen een eigen mening moest zien te krijgen. Niet gemakkelijk natuurlijk maar wel uitdagend."
"Bij mij thuis ligt dat niet zo gemakkelijk. Mijn ouders beslissen alles en ik weet heus wel dat ze het goed menen maar dan leer je dat soort dingen dus niet! En daarnaast wil ik ze zoals ik al zei geen verdriet doen. Bovendien als ik soms al vreselijk kwaad ben, houd ik me in
"
"Waarom? Waarom explodeer je niet een keer? Laat je niet eens zien dat je echt kwaad bent?"
"Mijn vader heeft een hartkwaal en als ik kwaad word, zal hij kwaad worden en ik wil niet schuldig zijn aan een hartaanval of zo!"
"Nee, dat kan ik me voorstellen maar misschien zal hij alleen maar verbaasd zijn als jij boos wordt en niet eens weten hoe te moeten reageren."
"Kan ook maar ik vind het vreselijk beangstigend die hele situatie."
"Ja, begrijp ik. Maar je moet niet altijd je mond houden en steeds maar weer buigen. Je moet leren te leven, Ken!" Opnieuw keek ik hem eventjes zijdelings aan. Hij glimlachte. "Mijn vader was een heel vreemde! Echt! Hij is vorig jaar overleden aan kanker
"
"God wat erg man. Ik wist het niet!"
"Nee, logisch want ik had het je nog niet verteld." Ik glimlachte naar hem. "Vanaf het moment dat hij mij het vertelde, was ik bijna altijd bij hem. Maar op een avond stuurde hij me het huis uit. 'Ga uit, ga leven Rogier!' zei hij en duwde me letterlijk de deur uit. Ik ging weg om hem dat plezier te doen. Stapte in mijn auto en reed naar het plantsoen in de buurt. Daar ging ik op een bankje zitten en wachtte tot het laat genoeg was om weer naar huis te gaan. Ik vergat te leven op dat moment of eigenlijk moet ik het anders zeggen. Mijn leven bestond op dat moment alleen maar uit de ziekte en de komende dood van mijn vader. Thuisgekomen zat hij nog op en wilde alles weten over mijn avondje uit. Eerst was er paniek bij mij maar toen begon ik te fantaseren. Ik zoog hele verhalen uit mijn duim om hem te plezieren, om hem de indruk te geven dat ik 'geleefd' had die avond." De inhoud van die verhalen hield ik voor Ken achter. Daar had hij niets mee nodig. "En ik zag hoe de man opleefde, hoe hij genoot. En dus bleef ik 'uitgaan'. Ik verzon de prachtigste dingen en ik weet niet of hij alles geloofde wat ik vertelde maar ik zag aan zijn gezicht, zijn ogen dat hij vreselijk plezier had en dat maakte alles goed." Opnieuw keek ik opzij. "Je zit toch niet te janken, wel?"
"Sorry maar ik ben wat gevoelig de laatste tijd," antwoordde hij terwijl hij met de mouw van zijn jas over zijn ogen wreef.
"Hé, lachen moet je!" Speels stompte ik hem tegen zijn schouder. Gelukkig kwam zijn lach snel weer terug. We naderden Slenaken en ik zocht een parkeerplaats op. De festiviteiten waren in het centrum van het dorp en met een paar minuten lopen waren we er. Deze avond was niet echt mijn stijl bleek me al snel toen ik de hoempapa muziek van een tirolermuziekgroep ontwaarde. Met een bedenkelijk gezicht keek ik Ken aan.
"Niet zeuren, Rogier," zei hij en sleurde me aan mijn arm verder de menigte in.
"Vind jij dit mooi?"
"Nee, niet echt maar uit is uit en de kans op een avondje uit laat ik me echt niet ontnemen. Niet nu meer, niet nu je me zo aangespoord hebt om dingen te doen die ik nog nooit gedaan heb. Eigen schuld." Ik lachte luid en zag omstanders me vreemd aankijken. Nou en!
Ondanks de in mijn ogen en oren 'slechte' muziek werd het een heel prettige avond zo samen met Ken. Hij dronk Bacardi Breezer terwijl ik het hield bij cola. Ik moest tenslotte nog rijden. Op zijn verzoek nam ik ook een slok uit zijn flesje omdat ik dat spul nog nooit gedronken had en ik zal je eerlijk zeggen dat ik er geen klap aanvond. Net ranja met een scheut alcohol. Hij lachte me uit en zei dat ik niet wist wat lekker was. Ik liet hem in die waan. We zaten op een groot en goed gevuld terras en voor zover dat mogelijk was, praatten we de gehele avond. Hij vertelde over school en zijn hobby en ik over mijn werk en de sport die mijn hobby was. De tijd vloog om en alhoewel de muziekgroep een behoorlijk groot repertoire had, werd ik het echt zat toen ik voor de derde keer het loflied op Kufstein hoorde.
"Kom Ken we gaan. Ik vind het nu wel welletjes! Dat eeuwige gejodel in mijn oren maakt dat mijn hersens zowat gekruld zijn."
"Net zo gekruld als je haren?"
"Ja, zowat slimmerd!" Ik stond op en baande me door de menigte een uitweg. Ken volgde me lachend. "Zeg je hebt toch niet te veel van die ranja gehad hè?"
"Welnee, maar twee."
"Nou ik weet het zo net nog niet! Je gaat nog rijmen ook!" Hij proestte het uit en ik was blij dat ik hem deze onbezorgde avond had kunnen bezorgen. Zo zag ik deze jonge knaap graag: lachend. Zijn hele gezicht was een grote lach! Bij de auto aangekomen hoorden we het luide applaus ten teken dat het concert voor deze avond was afgelopen. Ineens stond Ken recht tegenover me en niet zoals ik verwacht had aan de passagierszijde van mijn wagen.
"Vertel me eens waarom doe je dit voor mij?"
"Hoe bedoel je?"
"Waarom nodig jij iemand die je nauwelijks kent zomaar uit voor een avond als dit?"
"Omdat ik mensen graag een plezier doe, Ken. En aangezien jij ook tot de mensen behoort!" Eventjes lachte hij maar al snel weer was hij serieus.
"Nee, zo bedoel ik het niet. Nog nooit heeft iemand zoiets voor mij gedaan Rogier. Niemand anders heeft ooit zo veel belangstelling voor mij getoond met uitzondering van mijn ouders dan natuurlijk. En waarom?"
"Ik heb je mijn antwoord gegeven Ken. Heus er steekt verder helemaal niets achter als je dat misschien denkt." Langdurig bleef hij me aankijken.
"Ben je homo?" De vraag die ik al zo vaak in mijn leven had gehoord. En uit ervaring wist ik dat je wil je het ontkennen meteen 'nee' moet zeggen. Langdurig met je antwoord wachten is fout en wat helemaal fout is, is de vraag herhalen. Zoals: 'Ik? Of ik homo ben?' Ik wilde echter niets ontkennen want ik schaamde en schaam me niet voor wat ik ben.
"Ja!"
"Doe je het omdat je op me valt?"
"Nee. Mijn eerste antwoord is het enige antwoord dat waar is. Ik geef om mensen en doe graag dingen voor mensen en dus ook voor jou!"
"Vind je me aantrekkelijk?"
"Zo heb ik nog niet over je nagedacht Ken maar als je wilt, wil ik er wel over nadenken." Ik glimlachte naar hem. "Nou? wil je dat ik dat doe?" De twijfel was op zijn gezicht te lezen. Waar hij dacht dat hij mij in een hoekje had gedreven, had ik dat nu met hem gedaan.
"Sorry, dat ik zo doe."
"Geeft niet Ken. Ik blijf je aardig vinden. Zullen we gaan?" Hij liep om de auto heen en stapte naast me in.
"Kunnen we nog even blijven praten?"
"Natuurlijk wel."
"Vond je het vervelend dat ik het vroeg?"
"Nee. Ik ben de vraag wel gewend maar hoe kwam je er zo bij om het te vragen. Loop ik gek, heb ik rare maniertjes of zo?" Hij glimlachte in het donker.
"Nee, dat is het helemaal niet. Je bent juist het tegenovergestelde. Echt geen verwijfd figuur. Je bent
gewoon heel erg mooi vind ik. Knap, sportief. Alles wat ik niet ben."
"Kom, Ken je moet jezelf niet onderuit gaan halen."
"Nee misschien niet. Dat doen anderen wel voor me."
"Aan anderen moet je lak hebben jongen. Jij leeft je eigen leven op de manier die jij wilt en daarmee basta! En jij maakt er voor jezelf het beste van! Zorg daarvoor."
"Ja, meester!" Een luide lach klonk door de auto.
"En hoe zit het met jou?" vroeg ik nieuwsgierig.
"Hoe bedoel je?"
"Waar gaat jouw voorkeur naar uit: meisjes of jongens?"
"Heb met geen van beide nog iets gehad dus ik weet het niet." Stilte tussen ons. Diverse auto's om ons heen reden van de parkeerplaats af. En na een dik kwartier waren we de enig overgeblevenen. "Denk je dat seks zonder liefde goed is?"
"Seks zonder liefde is mogelijk. Toen ik wist dat ik homo was en op ontdekkingstocht ging heb ik het ook gedaan. Uitproberen, kijken wat je zelf fijn vindt en hoe je die ander kunt plezieren."
"En later?"
"Ja, zodra de liefde om de hoek kwam kijken, was het voor mij uit met de vrije seks. Ik hou onvoorwaardelijk van iemand en beperk me dan ook tot die ene."
"Ooit verliefd geweest?"
"Yep. Een keer. Tot over mijn oren. Hij was ontzettend leuk."
"Net zo leuk als jij?"
"Nee," lachte ik, "nog veel leuker natuurlijk. Ik ben niet zo bijzonder."
"Wel waar! Je bent heel knap man."
"Vind je?" viste ik naar een compliment.
"Ja! Je hebt prachtig mooi, donker krullend haar en bent heel mooi gespierd!"
"Dank je. Leuk om het te horen uit de mond van een ander. Maar over die verliefdheid. Hij was ook verliefd op mij. Tenminste in het begin. Na verloop van tijd, zo bleek me later, nam hij het niet meer zo nauw met de trouw en sliep hij ook regelmatig bij anderen. Ik had niets door en was verrast toen hij het uitmaakte en bij een ander introk."
"Rot lijkt me dat."
"Ja, dat is het ook. Het voelt als een dolksteek en zeker als je niets hebt zien aankomen. Ik geloof in trouw Ken! Als je elkaar niet kunt vertrouwen, is het ook onmogelijk om elkaar lief te hebben."
"Ja, ben ik met je eens. Eigenlijk geloof ik dat ik best verliefd op een jongen kan worden. Verliefdheid hoeft toch niets te maken hebben met seks?"
"Helemaal met je eens. Kom we gaan naar huis." Ik startte de motor en reed de donkere parkeerplaats af en richting Epen. Ken was stil en zat waarschijnlijk na te denken. Toen ik de naar beneden lopende weg bij onze huisjes opdraaide, schrok hij op uit zijn overpeinzingen.
"Zijn we er al?"
"Ja, jongen. Het is tijd om naar bed te gaan." Ik parkeerde de auto en zag in mijn achteruitkijkspiegel de lichten in het huisje van Ken aangaan. Shit, waren zijn ouders toch nog op dus! Of in elk geval wakker! "Ze hebben op je gewacht, Ken," zei ik terwijl ik de sleutel uit het contact haalde.
"Hmmm. Had je anders verwacht!"
"Eigenlijk niet maar wel gehoopt."
"Het zal niet makkelijk voor ze geweest zijn vanavond. Maar ik wil je wel zeggen dat ik heel veel lol gehad heb en daarvoor wil ik je bedanken." Hij pakte mijn hand beet en kneep erin. Ik glimlachte naar hem.
"Zoiets moeten we vaker doen Ken. Het lijkt me reuze fijn om wat meer tijd met je door te brengen."
"Als ik mag van mijn ouders."
"Vraag ze ernaar! Vraag je vader of je met mij mag fietsen, als je tenminste zelf ook wilt." Zijn blinkende tanden lichtten op in het donker.
"Ja, zou je dat echt willen?"
"Zeker Ken maar alleen als jezelf ook wilt."
"Maar ik heb geen fiets."
"Die kun je wel ergens huren hier hoor. Vraag ze ernaar! Kom voor jezelf op!"
"Doe ik. Ik beloof het je."
"Prima en misschien kunnen we 's avonds eens samen een film kijken. Iets dat beter is in elk geval dan 'Suzie Q'." Hij lachte.
"Waar denk je aan dan?"
"Vrijdagavond komt er een film met Robin William 'Jacob the Liar'. Lijkt me heel goed en in het weekend heb je altijd op zaterdag en zondag een avontuur van 'Young Indiana Jones'."
"Zegt me niets."
"Cultuurbarbaar, je kent Indiana Jones toch wel?" Heftig schudde hij zijn hoofd. "Je hebt nog heel wat te leren jongen."
"Alleen als jij mijn leermeester wilt zijn, Rogier."
"Als jij je belooft te gedragen, zal ik dat overwegen." Samen liepen we naar zijn voordeur. Voordat hij de sleutel in het slot kon doen, ging de deur al open.
"Gelukkig," zei Jan Walters, "jullie zijn weer thuis."
"Jullie hadden toch niet hoeven opblijven!" zei Ken.
"Nee, maar we waren toch wel een beetje ongerust. Voor ons is dit ook wennen Ken. Heb je Rogier al bedankt?"
"Natuurlijk pap, wat denk je dan."
"Tot morgen Ken."
"Tot morgen Rogier." Ik draaide me om en liep naar mijn huisje toe. Ik maakte nog een kop thee voor mezelf en kroop toen mijn bed in. Nee, ik had nog niet op die bepaalde manier aan Ken gedacht. Had me nog niet afgevraagd of ik hem aantrekkelijk vond maar toen ik in bed lag, voelde ik toch ineens iets heel bijzonders voor hem. Verliefdheid? Nee, ik praatte mezelf wat aan. Die Vincent ook met zijn gekke analyse!
Wordt vervolgd...
3687 keer gelezen
Score: 8
(van aantal stemmen: 166)
Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.
