Vakantie 2002 - deel 6

Zaterdag 27 juli 2002:
Moet ik je nog zeggen dat ik die nacht nauwelijks sliep of heb je, mij enigszins kennende, dat inmiddels kunnen raden? Het wilde echt weer eens niet lukken en langzamerhand begon ik me af te vragen of het nog wel gezond was. Dit was al de tweede nacht met bijna geen slaap. Het zou in elk geval mijn uiterlijk geen goed doen en toen ik na opgestaan te zijn in de spiegel keek, zag ik dan ook dikke donkerblauwe wallen onder mijn ogen. Nu was ik gelukkig goed gebruind en dan valt het niet zo heel erg op maar ze waren er toch wel degelijk.
Het gedoe van die vrijdag had me niet los kunnen laten. En zeker die slotopmerkingen van Ken niet. Hield de jongen werkelijk van mij of speelde hij een spelletje. Maar dat laatste kon ik me gewoon niet voorstellen. Niet hij!
Ik deed alles die ochtend in het begin op de automatische piloot. Als een slaapwandelaar door een vreemd huis dat je denkt al helemaal te kunnen en dus stootte ik me regelmatig ergens aan. Na het ontbijt waarbij ik bewust nu eens koffie hartklap had gezet begon alles weer een beetje te werken en werd ik zowaar wakker.
De brede glimlach van Ken verscheen al om negen uur voor het raam naast mijn achterdeur. Ik gebaarde hem dat hij binnen kon komen.

"Goedemorgen. Wat zie jij eruit zeg? Wat heb je gedaan vannacht?"

"Hou op jongen. Ik heb amper geslapen dus niet al te opgewekt alsjeblieft."

"Heb je daar vaker last van?"

"Waarvan."

"Niet kunnen slapen bedoel ik. Mijn pa heeft, als je het wilt gebruiken, wel wat slaapmiddeltjes hoor."

"Nee, gelukkig heb ik er niet vaak last van maar de laatste dagen nu al wel twee keer." Of was het nou al drie keer. Nee, toch twee. Zondag op maandag was het niet slapen en die avond na dat gedoe in Valkenburg had ik wel geslapen maar alleen heel kort. Zo in eigen gedachten verzonken hoorde ik niet wat Ken tegen me zei totdat hij me aan mijn arm schudde.

"Hé, hoor je wel wat ik zeg of is het beter dat ik je eerst goed wakker laat worden."

"Sorry, ik was afgedwaald. Wat zei je?" Hij zuchtte diep en ik vond het vreselijk vervelend dat hij opnieuw moest beginnen maar het was niet anders.

"Ik zei dat ik het echt meende van gisteravond."

"Wat?"

"Dat ik van je hou." Hij kleurde diep.

"O! Maar toen je moeder kwam dan en je zo snel je hand terughaalde. Meende je dat ook?" Opnieuw een flinke blos op zijn wangen.

"Nee, dat had ik niet moeten doen maar …"

"Ben je bang voor hun reactie?"

"Ja. Ze zullen dat nooit verwachten dat ik op een jongen val en eigenlijk doe ik dat ook niet."

"Huh???" Ik raakte het spoor van zijn redenering bijster.

"Het is niet zo dat ik bewust op een jongen val. Het ligt anders."

"Hoe dan," viel ik hem in de rede.

"Laat het me proberen uit te leggen."

"Oké ik luister." Wat een eikel was ik zeg. Waarom liet ik hem niet gewoon praten. Waarom moest ik steeds meteen als laatste iets willen zeggen.

"Ik heb heus wel eens blote vrouwen en mannen gezien op plaatjes op het internet. Zo'n braaf jochie ben ik nou ook weer niet. En ik ben er niet toevallig over gestruikeld maar heb ze gezocht. Beide soorten. Gewoon om te kijken en me aan op te geilen. En ik vond beide heel interessant kan ik je zeggen. Maar ik val niet echt op een soort heb nog geen voorkeur bepaald en dat is ook logisch wellicht omdat ik nog niets met een van beide heb gedaan. Ik weet niet hoe het is om met een vrouw samen te zijn. Ik weet niet hoe het is om met een man samen te zijn. Dus een voorkeur is er niet. Maar dat bedoel ik ook helemaal niet te zeggen. Ik ben verliefd op je geworden vanwege de persoon die je bent en niet omdat je een pik tussen je benen hebt." Van zijn woordkeuze begon nu ik te blozen. Hij glimlachte. "Vaak zal het andersom zijn denk ik. Je rommelt eerst wat aan, bepaalt je voorkeur en dan word je een keer verliefd. Maar ik ben ik en natuurlijk weer eens anders dan alle anderen. Ik word gewoon meteen verliefd. En echt, geloof me, ik ben hartstikke verliefd op je." Hij schoof dichter op de bank naar me toe en wilde me kussen.

"Het lijkt me niet verstandig Ken dat hier te doen. Dit huisje is net een kaasstolp. Overal glas en als je nog niet wilt dat je ouders het te weten komen dat kun je misschien beter nog even wat wachten." Hij verstarde in zijn beweging.

"Maar je begrijpt me wel?"

"Ja, ik begrijp je en kan je helemaal volgen. Zoiets zou mij ook overkomen kunnen zijn."

"Het ligt er denk ik gewoon aan wie je het eerst ontmoet. Was ik een vrouw tegen gekomen die net zo begripvol was als jij dan …"

"OH, daar ligt het dus aan. Dat ik zo begripvol ben?"

"Ja, natuurlijk. Tenminste gedeeltelijk. Jij bent de eerste geweest, op mijn ouwelui na dan, die me met respect heeft behandeld. Die geïnteresseerd is in mij. In mij Ken Walters: de nerd van Heemstede." Als alleen dat het was dan ging dit niet goed voorvoelde ik.

"En als ik je nou eens vertel dat je ouders me gevraagd hebben …" voel je hem aankomen. Groef ik mijn eigen graf of niet …"om met jou op te trekken."

"Ja? Nou en? Dacht je dat ik dat niet doorhad?" Mijn mond viel van verbazing open. "Kom Rogier. Je verslijt me toch niet voor achterlijk wel!?! Het was zo opmerkelijk dat er gewoon iets achter moest zitten. Jij belt aan en vraagt of ik mee uit mag en ineens is het goed. Je begint over het huren van een fiets en mijn vader staat zowat te popelen om mij het geld in de handen te drukken. Denk je dat ik gek ben?"

"Sorry. Ik had je niet moeten onderschatten maar …"

"Nee! Laat mij eerst uitpraten!" Hij was ongemeen fel. "Maar wil jij nu van mij af of zo? Voer je dit als reden aan om mij de zak te geven? Wat heb je sinds gisteren Rogier?" Stilte. Grote stilte. Ik durfde hem niet recht aan te kijken want zijn ogen waren hard. Heel hard. "Al voor mijn ouders je vroegen om met mij om te gaan, had je belangstelling voor mij. Je speelde tafeltennis met mij terwijl je dat eerst eigenlijk helemaal niet wilde. Toch bleef je met me spelen. Die zondagmiddag heb je tijden met mij gepraat en ik weet dat je echt geïnteresseerd was. En nu … wat is er in vredesnaam gebeurd dat je zo van mening, zo van gedachten over mij bent veranderd?"

"Er is niets gebeurd dat mijn mening over jou veranderd heeft Ken. Ik vind je nog steeds een heel leuke jongen maar …"

"Je bent niet verliefd op mij."

"Zelfs dat durf ik nog niet te zeggen. Luister goed. Wat ik je ga vertellen is geen smoes om me er gemakkelijk vanaf te maken. Dat wil ik niet en kan ik dus ook niet. Jouw vriendschap is me heel veel waard en misschien heb ik het er in het begin te veel opgelegd. Ik zag hoe je die middag dat jullie aankwamen naar me stond te kijken en dus trok ik zondag bij de tafeltennistafel bewust opnieuw mijn shirt uit. Meteen maakte je een dubbele fout en dus wist ik dat je in mij geïnteresseerd was of in elk geval in mijn lijf." Hij snoof. "Ik vind je een pracht van een vent en dat meen ik oprecht maar zelf zit ik compleet met mijn eigen gevoelens in de knoop. De jaren dat ik mijn vader verzorgde heb ik geleefd met het verstand en de gevoelens op nul en de blik op oneindig om maar niets te hoeven voelen. Niet in elk geval als hij in mijn buurt was. Bij heel goede vrienden van mij reageerde ik me wel eens af en heb ik ook wel eens een vaas vergoed omdat ik hem in machteloze woede kapot sloeg. Maar dat waren spaarzame momenten dat ik me durfde laten gaan. Verder kropte ik alles op. Ik wilde niet dat mijn vader zag dat ik aan zijn ziekte en sterven leed. Ik wilde niet dat hij zag dat ik zwak was. Dat ik er zowat aan dood ging! Af en toe deelde ik heus wel mijn zorgen met hem maar dan was dat toch altijd nuchter en beredeneerd. Na zijn sterven moest ik allerlei dingen regelen voor de crematie. Toen de nalatenschap. Toen ben ik verhuisd en later heb ik al zijn spullen moeten opruimen en nu … nu zit ik in Zuid-Limburg en weet ik niet wat ik moet voelen. Ik heb zolang mijn gevoelens verstopt dat ik niet meer kan voelen. Je zegt dat je van me houdt en drie, vier jaar geleden zou ik in de zevende hemel geweest zijn maar nu … nu voel ik er helemaal niets bij. Ik zit klem in de schertsfiguur die ik me zoveel jaar lang heb aangemeten." Kens ogen waren groot en op mij gericht. Er blonk een traan in een van zijn ooghoeken. Ik strekte mijn wijsvinger ernaar uit en veegde hem weg. "Niet huilen Ken. Jouw leven is moeilijk genoeg. Je hoeft mijn zorgen er niet bij te nemen."

"Ja Rogier. Dat wil ik juist wel. Gister zag ik ook dat je met mij meeleefde en dat deed me ontzettend goed. Je was er zo intens en dat maakte mij zo gelukkig dat ik gisteravond mijn gevoelens voor jou onder woorden kon brengen."

"Ja. Dat is ook nog zoiets," zei ik terwijl ik mijn heus ophaalde, "die ziekte van jou heeft het mij ook niet gemakkelijk gemaakt. Over dat zielig zijn, zei je precies hetzelfde als mijn vader." Ken lachte.

"Ja?" Ik knikte.

"Precies dezelfde woorden. Vandaar dus mijn schrik. Ineens die herinnering maar ook meteen de vergelijking tussen mijn vader in zijn ziekbed en jou. Ik vond het vreselijk om je daar te zien liggen Ken."

"Maar ik ga er niet dood aan Rogier."

"Nee, misschien niet maar je zult wel regelmatig ziek zijn en verzorging nodig hebben en ik weet niet …"

"Stop Rogier. Ga niet verder. We maken het elkaar nu denk ik veel te moeilijk. Mijn ziekte zal er altijd zijn maar praat niet verder voor je eerst je gevoelens voor mij op een rijtje hebt. Als je nu zegt dat je mijn ziekte niet aankunt zal dat je gevoelens en je beslissing beïnvloeden. Geef eerst je gevoel weer de kans om terug te keren, alsjeblieft?" Even bleef ik in gedachten verzonken maar meteen al wist ik dat hij volkomen gelijk had. Echter ik gaf het nog niet op.

"En ons leeftijdsverschil wat denk je daarvan?"

"Ja, bijna acht jaar maar ik heb daar geen moeite mee. Jij?"

"Maar wat zullen anderen daarvan zeggen. Zullen ze niet zeggen dat ik je verleid heb? Dat ik misbruik heb gemaakt van je onschuld?"

"Wie heeft ooit tegen mij gezegd: 'Aan anderen moet je lak hebben jongen. Jij leeft je eigen leven op de manier die jij wilt en daarmee basta!'"

"Ja, pak me maar terug op mijn eigen woorden. Leuk hoor Ken."

"Hahaha, had je het maar niet moeten zeggen. Rogier ik hou van je en al die jaren dat jij ouder bent doen er voor mij niet toe. Ik weet wat ik voel!"

"Oké. Laten we het volgende afspreken. Ik zal mijn uiterste best doen om dat gevoel weer in mijn lijf terug te krijgen en tot die tijd doe jij rustig aan. Geen gekke dingen uithalen. Ondertussen zal ik niet vallen voor andere, leuke en knappe jongens." Een harde stomp in mijn maag was zijn reactie. We rolden over de grond en probeerden elkaar waar maar mogelijk te raken op een speelse manier natuurlijk. Uiteindelijk gaf ik me gewonnen. "Stop, stop, stop. De jeugd wint ik geef me over!"

"Watje!" sneerde hij terwijl hij me los liet en opstond.

"Zeg ik zou straks willen gaan zwemmen. We kunnen lopend naar de 'Mecheler Hof' gaan als jij dat aankunt tenminste."

"Ik ben hier het watje niet hoor!"

"Prima maar geef me eerst even drie kwartier ongeveer ik moet even met iemand bellen."

"Oké dan ben ik tegen," hij keek op zijn horloge, "kwart voor elf weer terug." Ik knikte. "Tot straks," en met een brede lach verdween hij. Ik plofte op de bank neer, pakte mijn mobiele en koos een nummer uit het telefoonboek.

"Vincents psychologische vakantiehulpdienst," klonk het aan de andere kant van de lijn. Ik was verbluft. "Schrik maar niet hoor," ging Vincent verder, "ik herkende je nummer en dacht, die heeft mijn hulp weer eens nodig."

"Je vindt het toch niet vervelend hè want anders moet je het zeggen hoor?"

"Rogier ik ben al jarenlang je vriend en voor een vriend ben ik dag en nacht bereikbaar maar je moet af en toe wel tegen een grapje kunnen."

"Goed."

"Vertel het eens. Zat ik er ver naast met mijn vorige analyse?"

"Dat is het hem juist. Ik weet het niet. Ik weet niet meer wat ik moet voelen. Ik weet niet meer hoe ik moet voelen. Het lijkt of al mijn gevoelens onder een dikke laag stof liggen en … het lukt gewoon niet."

"Vertel op jongen. Ik luister." En toen begon ik het hele verhaal te vertellen vanaf het laatste moment dat ik hem gesproken had. Ik besloot met het gesprek van zojuist met Ken en zijn gevoelens voor mij.

"En nu is de vraag: Help dokter wat moet ik doen."

"Ja?"

"Pilletjes hiervoor heb ik niet. Je zult het geheel op eigen kracht moeten doen Rogier. Je moet je nu eens eindelijk gaan ontspannen. Je hebt veel te lang op je tenen gelopen en je hele voeten zijn daardoor verkrampt bij wijze van spreken. Je moet gaan leven Rogier. Je moet gaan genieten. En als dat inhoudt genieten met die jongen, doe dat dan. Je hoeft niet meteen verliefd te worden. Hij zal heus kunnen begrijpen als een ander wat meer tijd nodig heeft om verliefd te worden dat hij doet. Hij is niet dom, zo heb ik begrepen uit je verhaal. Wees eerlijk tegenover hem maar vooral tegenover jezelf maar ook … doe geen dingen die je niet wilt. Je hebt die stemmetjes die steeds 'NEE' riepen ook gehoord en daarnaar gehandeld. Dat was wijs en verstandig. Maar geef je nu over Rogier. Haal die wielklemmen er maar af. Je kunt weer gaan leven. Je hoeft je voor niemand sterker en groter voor te doen dan je altijd gedaan hebt. Eigenlijk was dat ook niet nodig geweest tegenover je vader maar ik kan het wel begrijpen."

"Dank je Vincent."

"Zit je te snotteren?"

"Ja."

"Prima jongen. Laat ze maar lopen die waterlanders. Kan je goed doen."

"Dank je."

"Dat had je al gezegd malloot. Maar als je me twee keer wilt betalen zeg ik niets hoor."

"Geldwolf."

"Je weet toch hoe ik ben. Moet ook wel want weet je wat die jonge jongens kosten in het onderhoud. Auwwww …"

"Wat gebeurt er?"

"Casper haalt naar me uit."

"Eigen schuld natuurlijk weer Vincent moet je hem maar niet plagen."

"Ik vertel alleen maar de waarheid en dat is dat die jonge jongens heel veel geld kosten in het onderhoud. Ze vreten je werkelijk de oren van het hoofd. Als het wat wordt met die Ken van jou dan zul je het wel merken. Geloof me."

"Jullie vechten het maar uit met z'n tweeën ik ga zwemmen. Dank je Vincent."

"Derde keer."

"Ach man. Tot ziens."

"Tot ziens!" Ik drukte op een toets om het gesprek te beëindigen en zuchtte diep. Ik zette me in beweging en ging naar boven om een zwembroek aan te trekken en andere benodigdheden in te pakken. Tien minuten later was ik klaar. Ik liep mijn terras op en bemerkte hoe warm het al was. Wow, gewoonweg te gek. Al met al moest ik ondanks dat hij er allang had moeten zijn toch nog een poosje op Ken wachten. Toen hij eindelijk aan kwam zetten zag hij hartstikke rood.

"Sorry hoor maar ouders zijn gewoon niet normaal. 'Ken heb je dit', 'Ken denk je hierom'. Gek word ik van die mensen."

"Wees blij dat je ze hebt," merkte ik op.

"Ja, dat is ook weer zo. Sorry dat ik zo mopper."

"Heb je aan je medicijnen gedacht Ken?"

"Krijg wat!!!" bulderde hij en met grote passen liep hij het terrein af en ik op een holletje achter hem aan terwijl ik me goed moest houden om niet in lachen uit te barsten. De hele heuvel af liep ik achter hem aan. Hij was kwaad en liet me dat duidelijk merken. Het was natuurlijk ook niet netjes van me geweest om hem zo te plagen maar … ik had het niet kunnen laten. Bijna beneden in het dal aangekomen moesten we naar rechts maar Ken liep gewoon rechtuit. Toen ik bij de afslag was gekomen, stopte ik.

"Zeg Ken, ik weet niet waar jij heengaat maar volgens mij moeten we hier naar rechts." Hij draaide zich om en keek me nors aan.

"Zeker weten!"

"Ja, heel zeker." Hij kwam naar me toe.

"Had je dat niet eerder kunnen zeggen?"

"Waarom blijf je dan ook niet gewoon bij je gids in de buurt."

"Mooie gids ben jij zeg."

"Dank je voor het compliment maar je hoeft niet steeds te zeggen dat ik knap ben hoor." Dit keer moest ik hardlopen toen hij dreigend met een vuist op me aan kwam zetten. Het was echter veel te warm om te rennen en daarom stopte ik al snel. Zijn vuistslag ontving ik met plezier. "Sorry hoor maar ik moest je gewoon even plagen."

"Ik snap het wel maar ik kan ze soms gewoon niet uitstaan. Zo bemoederend! Ik word er knettergek van. Soms zou ik willen dat ik niet meer thuis woonde en gewoon mijn eigen gang kon gaan."

"Ik begrijp je." En dat deed ik. Rustig liepen we verder terwijl we praatten met elkaar. Het was fijn bij hem te zijn. Dat gevoel had ik in elk geval wel maar dat was er ook steeds wel geweest. Het was een wandelingetje van zo'n 3 kilometer en met dit mooie weer was het heel prettig om te doen. De entreekosten vielen voor Nederlandse maatstaven mee maar toen we eenmaal binnen waren, wisten we waarom. De ligweide was vele malen groter dan het hele zwembad dat vanwege het warme weer nu al leek op een potje met pieren. Van echt zwemmen zou dus niet veel komen. Het zou meer pootjebaden worden. We trokken schoenen, sokken, korte broek en T-shirt uit en begaven ons in zwembroek, Ken in een mooie rode en ik in een zwarte, naar de rand van het bad. Langzaam omdat het water toch wel erg koud was, lieten we ons in het water zakken. En als je er dan eenmaal in bent, weet je hoe heerlijk het is. Toch probeerde ik om echt te zwemmen maar al snel staakte ik mijn poging. Geen doen gewoon! Ken stond erbij en lachte om me.

"Dat lukt toch nooit man. Je komt er echt niet door hoor." Nog geen kwartier bleven we in het water. Terug bij onze handdoeken begonnen we ons in te smeren. Met deze zon zou je in no time verbrand zijn. En zeker Ken had de nodige bescherming nodig met zijn blanke lijf. "Wil je mijn rug even doen," vroeg hij. En natuurlijk wilde ik dat. Ik zag hoe hij onder mijn aanraking kippenvel kreeg en toen ik over zijn schouder keek, zag ik nog meer. De inhoud van zijn zwembroek begon te groeien.

"Hé viespeuk. Niet meteen aan andere dingen denken hoor," grapte ik. Ken kreeg een boei en sloeg naar me. Daarna smeerde Ken mijn rug in en ik moet toegeven dat het heel goed voelde zijn handen op mijn lijf. Naast elkaar in de zon liggend begon ons gesprek weer automatisch. Van alles en nog wat werd er uit de kast gehaald. We lagen op een rustig plekje en konden dus ook ongestoord allerlei onderwerpen bespreken.

"Ben jij een top of een bottom," vroeg de jongen met een rood hoofd op een gegeven ogenblik.

"Wat denk jij?" Hij steunde zijn kin op zijn handen en keek schuins naar me.

"Gezien je mannelijke uiterlijk zou ik zeggen dat je een top bent maar …"

"Maar wat?"

"Je geeft de voorkeur aan de bottomrol nietwaar?"

"Hoe kom je daar zo bij?"

"Zeg nou maar gewoon of het waar is."

"Ja. Je hebt gelijk alhoewel ik het ook wel fijn vind om af en toe iemand te neuken hoor. Maar iemand die het bij mij wil doen daar zeg ik geen 'nee' tegen. En jij?"

"Gut, ik weet het niet man. Ik heb het nog nooit gedaan dus … Ik weet niet eens hoe je het moet aanpakken met een jongen. Ook niet met een meisje trouwens." Hij werd niet rood toen hij sprak en dit was voor mij een teken dat hij zich niet schaamde voor zijn onschuld.

"Tijd doet wonderen Ken."

"Ja, laten we dat hopen Rogier." Hij strekte zijn hand naar me uit en streelde over mijn haren. "Ik vind je lief."

"Dat weet ik Ken. Je bent een bijzondere jongen."

Tegen een uur of een haalden we onze lunch uit onze rugzakken en toen ik zag hoeveel boterhammen hij gesmeerd had (of had laten smeren), moest ik lachen.

"Wat is er? Lach je me uit?"

"Nee, dat niet maar ineens moest ik denken aan wat een vriend me vanmorgen vertelde over de eetlust van jonge jongens."

"Oh? Heeft hij er ervaring mee?"

"Met jonge jongens wel. Hij heeft een vriend van 19 en is nu zelf 29. En … werkelijk een heel goede vriend van me."
"Dus heeft hij jou de nodige tactische tips en trucs aangereikt?"

"Ja. Zo zou je het kunnen noemen." Verder was ik niet plan hem iets te vertellen. Zo was het genoeg.

Het werd een heel plezierige dag zo samen bij het zwembad. Grotendeels lagen we in de zon maar af en toe wisselden we dat af door even door het zwembad heen en weer te lopen. Ook speelden we nog een tijdje wat voetbal met een strandbal. Niet echt handig omdat het ding erg windgevoelig was maar wel lekker aan de blote voeten. Tegen vijf uur stapten we op. Beiden trokken we alleen onze schoenen en korte broek aan. De sokken en T-shirts verdwenen in de rugzak. De terugweg was het warm en al heel snel waren we dik in het zweet. Het laatste stukje naar onze huisjes is altijd het moeilijkst - tenminste als je uit de richting van Epen komt - omdat je dan altijd weer heuvel opwaarts moet. Op mijn terras ploften we hijgend en puffend neer op een stoel. Meteen kwam Jan Walters aanzetten.

"Zeg wat zijn jullie laat. Het eten staat al klaar Ken dus kom je mee?" Ik zag Kens gezicht afzakken.

"Jan? Mag hij misschien met mij mee naar het pannenkoekenrestaurant bij 'Ons Krijtland'?"

"Niet lopend toch hè," verzuchtte Ken. Ik schonk hem een valse glimlach en keek daarna Jan weer aan.

"Ja, dat is wel goed maar ga dan wel eerst even douchen Ken," zei zijn vader. Ken rende weg. "Het gaat weer een stuk beter met hem niet dan?"

"Zeker Jan en ik kan je eerlijk zeggen dat ik daar heel blij mee ben. Ik vond het maar niks om hem daar zo ziek te zien gisteren."

"En je bent nog wel verpleger heb je verteld?"

"Ja maar dat wil niet zeggen dat ik geen gevoel heb? Ik kom ook wel eens jankend thuis van m'n werk hoor. Soms maak je op een dag zoveel ellende mee dat je je gewoon niet goed kunt houden." Wijselijk vertelde ik hem niet dat het heel goed mogelijk was dat ik voor Ken meer voelde dan voor iemand anders. En ik kon dat ook nog niet omdat ik er nog steeds niet uit was.

We liepen wel naar het pannenkoekenrestaurant en dat omdat Ken er om vroeg. Ik keek verbaasd op toen hij fris gedoucht terug kwam en me het voorstel deed.

"Krijg nou wat," merkte ik op. "Net maakte je er zowat een halszaak van en nu …"

"Nu wil ik lopen omdat ik dan zo lang mogelijk van huis weg ben." Ik begreep het. En zo kwam het dat we lopend gingen. De hele wandeling lang praatten we onderweg. Voordat we het wisten waren we op onze bestemming en daar merkte ik opnieuw zijn enorme eetlust op. Na één grote pannenkoek zat ik wel vol maar hij werkte er zonder moeite twee naar binnen. Ik genoot van zijn eetlust en de vrolijkheid die hij uitstraalde. Een toetje namen we niet omdat ik me voorgenomen had om op de terugweg bij de 'oranje tenten' langs te gaan en zo liepen we via het dorp terug. Bij de tenten aangekomen was het nog behoorlijk druk. We stelden ons op in een rij. Toen we aan de beurt waren, stond ik tegenover het glimlachende gezicht van Bram.

"Hé, hallo. Heb je je kleine broertje meegenomen?" De vrolijkheid die uit zijn ogen gestraald had, was ineens veranderd in een smeulende haat. Ik was me wel bewust van de blikken die hij op Ken wierp. Ik bestelde een ijsje met twee bolletjes pistache en voordat Ken zijn bestelling kon plaatsen had Bram zijn mond alweer geopend. "Nee, ik zie het al. Het kleine broertje wil vast een groter ijsje. Je lijkt me echt een jochie dat van stevig likken houdt. Lekker voor jou Rogier." Ken bloosde en ik … ik kookte van binnen maar voor ik hem van repliek kon dienen, antwoordde Ken al.

"Nou dan heb je het mooi mis. Ik zit ineens barstensvol dus doe mij maar helemaal niets uit dat winkeltje van jou.." Resoluut draaide hij zich om en liep weg. Nu stond Bram er met een gekleurd hoofd bij en lachte ik luid. Ik betaalde en zonder op mijn wisselgeld te wachten draaide ik me om en baande me een weg door de omstanders die de hele voorstelling met verbazing hadden gadegeslagen. Ken stond bij de weg op me te wachten. "Ken je die eikel?" vroeg hij.

"Ja, ik ken hem een klein beetje. Maar gelukkig niet goed genoeg." Terwijl we langs de weg liepen, leende ik hem af en toe mijn ijsje en vertelde hem van mijn wandeling op zondagochtend, de kennismaking met de verkoper, zijn dubbelzinnige opmerkingen, zijn uitnodiging en uiteindelijk mijn avondlijke bezoek. Omdat ik nu eenmaal toch open kaart speelde, vertelde ik meteen ook van mijn bezoek aan Valkenburg en de ontmoeting met die jongen wiens naam ik niet eens wist. En - alhoewel ik daar even over getwijfeld had - ik vertelde hem ook van die stemmen in mijn hoofd. Bij de kruising aangekomen waar we naar rechts zouden moeten, bleef Ken staan. "Ik ben heel blij dat je zo eerlijk bent Rogier maar het meest blij ben ik nog wel vanwege die stemmen."

"Waarom?"

"Ten eerste omdat zodra jij ook kunt zeggen dat je van mij houdt ik het fijn vind dat ik jouw eerste sinds heel lange tijd zal zijn. En ten tweede omdat het ervan getuigt dat je meer bent dan vlees en verlangen alleen. Het geeft aan dat je een ziel, een geest hebt en dat maakt je volledig mens. Volgens mij tenminste dan."

"Dank je. Ja, eigenlijk ben ik ook wel blij met die stemmen zeker nu ik weet hoe zo iemand als Bram ook kan zijn. Heb je die haat in zijn ogen gezien?" Ken knikte. "Niet normaal zoiets alsof hij me zomaar kan claimen?" Ineens sloeg Ken zijn armen om me heen en trok hij me dicht tegen zich aan. Zijn lippen waren op die van mij voor ik er erg in had. Zijn tong gleed langs mijn lippen maar ik hield ze stevig gesloten. Ik verbrak de kus. "Sorry Ken maar ik heb echt nog tijd nodig."

"Ik weet het. Ik wilde je alleen maar laten weten dat ik nog steeds heel veel van je hou. En … heb je die stemmen nu ook gehoord."

"Nee, dit keer niet Ken."

Wordt vervolgd...

3837 keer gelezen

Score: 8
(van aantal stemmen: 172)

Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.

Wij gebruiken cookies

Deze website gebruikt cookies om basisfunctionaliteit te garanderen, het gebruik te analyseren en marketing en advertenties te personaliseren zodat deze beter aansluiten bij jouw interesses.