Het bushokje (versie 2)
Ludwig. Je zat naast mij in het bushokje, niemand in de buurt. Het was nog aangenaam warm ondanks het late uur. In het zaaltje was het benauwend warm geweest. Ik was de hele tijd loom aan de kant gebleven op dit feestje. Je was anders dan gewoonlijk behoorlijk uitgelaten en praatte honderduit. Je behoorde niet tot mijn gebruikelijke gezelschap al zat je in mijn klas. Je frutselde aan mijn T-shirt. Zomaar zonder vragen. Ik voelde enkele vingers onder het katoen glippen.
Je kriebelde zacht aan de onderste wervels van mijn rug. Ik liet begaan, verrast. Een koele hand hongerig naar infrarood beklom mijn rug. Ze vond de verborgen warmte van mijn zachte huid. Ik liet je doen, verlamd, alsof de tinteling er niet was...
De bus. Je ging niet naast mij zitten. Dromend zat je verderop door het raam in het donker te staren.
Thuis in bed kon ik de slaap niet vatten. Je had een bestaand vermoeden bevestigd. Waarom had jij dit bij mij gedaan? Waarom had ik het toegestaan? Onbehaaglijk voelde ik me, schuldig zelfs, ik had je moeten stoppen. Je zat reeds jaren in mijn klas. Tenger was je vroeger en verlegen. In colleges, zoals die vroeger bestonden, was zo\\\'n jongen als jij het ideale zwarte schaap van de klas.
Je kreeg vanzelfsprekend het etiket homo opgeplakt. Er was geen enkele
aanleiding voor. Je onderging stilzwijgend dit lot. Geen zware pesterijen op het strenge Jezuïetencollege. Er werd gegrinnikt als jij, het kneusje, weer eens over je woorden struikelde. Of iemand gaf je een vernederende opmerking. Je was weerloos. Ik heb altijd meegeleefd met jou, de underdog. Toch heb ik het nooit voor je opgenomen. Ik behoorde tot de zwijgzame meerderheid. Je mag je eigen populariteit niet op het spel zetten, begrijp je dat? Ik heb er oprecht spijt van.
Eén troef: je bent intelligent, belangrijk op een school waar studeren hoog wordt aangeschreven.
Puberteit is iets raars. Sommige jongens krijgen puisten, dikkerds
veranderen in slanke jongelingen, anderen worden tijdelijk of definitief een lelijke man. Op deze pure jongensschool werd ik deskundige op het gebied van benen. Ik vond sommige jongensbenen gewoon aantrekkelijk zonder mezelf daar vragen bij te stellen.
De shorts waren destijds belachelijk kort. Dus viel er veel te bewonderen. Het tengere knaapje dat je was bezat twee dunne bleke sprieten. De jouwe waren dus aanvankelijk niet die ledematen waar ik in de klas naar zat te gluren. Dat veranderde. Je kreeg zowaar spieren. De stokjes veranderden in ranke gladde jongensexemplaren. Bleke ja, ongetwijfeld, maar ook mooie gave. Je mag zeker zijn dat ik dat zag. Sport was een stokpaardje bij de paters, vooral atletiek. Een gezonde geest in een gezond lichaam, verkondigden ze. De tweede beste loper dat was ik. De onklopbare eerste was lid van een atletiekclub tot mijn spijt. Jij werd op het einde van het middelbaar een duchtige concurrent voor die tweede plaats. Vaak heb ik de ziel uit m n lijf moeten lopen.
Het zou nooit goed komen tussen deze klas en jou. Je kwetsbaarheid is niet gespaard op het college. Wel heb je in het laatste jaar respect afgedwongen met je schoolresultaten en het juk van verlegenheid afgeworpen. Sommigen worden sterker als ze volwassen worden, weet je.
Het voorval in het bushokje had iets veranderd tussen ons. Ik wist. Jij ook. Het had bij jou gewekt de hoop. Het bleef ons geheim. De korte tijd die ons op deze school nog restte heb ik je geobserveerd, van op een veilige afstand.
Ik ging biologie studeren, in Leuven, op kot. Op kamers gaan, zeggen ze in Nederland geloof ik. Jij bleek nog onbeslist.
Unief opent een nieuwe wereld en vergt een grote aanpassing. Vrijheid krijg je in de plaats.
Wie kwam ik bij het buitengaan van het studenten restaurant tegen? Je was veranderd: jovialer, zelfverzekerder. Bevrijd van je juk, vermoed ik. Je studeerde milieubeheer. Spreken we eens af? Vroeg je.
Op mijn kot? Je huurde aan de andere kant van de stad. Zo groot is Leuven niet om dit een afstand te noemen.
De kamer oogde mooi en had WC, douche en kitchenette. Boven het budget van het eigen kleine kamertje met enkel een lavabo. Gezellig bijpraten. Zin om te dammen? Daar kan je mij mee verleiden, dat wist je. We zijn elkaars gelijken op dat gebied. Zo ontstond de gewoonte om wekelijks op woensdag een partijtje te dammen. De place to be werd jou kot vanwege de betere faciliteiten. Wat we nooit geweest waren, werden we nu: vrienden. Het bushokje was slechts een herinnering op de achtergrond. De fles wijn van de Aldi was soms wrang, soms aangenaam maar altijd goedkoop. Lachen en kijken in elkaars ogen ook dat is dammen, plezier en tactiek. Het heeft lang geduurd voor ik een betekenis kon geven aan de lach op je gezicht en die ogen. Winnen lukte me niet goed meer op den duur. Het dammen was geen spel meer. Die donkere kijkers...Het was normaal, samen zitten praten op het bed. Je hand..., het bushokje uitvergroot.
Vingers op mijn rug sponnen garen in voorzichtig proberen. Je prikkelde het prille groen van mijn blaadjes.
Angst bluste elk verlangen, ik wilde me niet overgeven. Bang om dit leuk te vinden.
Je bent gestopt. Mijn antwoord was tot ijs bevroren. Mijn ziel was niet klaar om zich bloot te geven.
Je hoopte en wachtte op een antwoord. Slapeloos liggend in mijn bed
probeerde ik te verklaren waarom ik er zo n moeite mee had. Ik durfde niet
Ik wist. De naald van jouw kompas gaf mij de richting aan. De lente zou anders nooit komen.
Je lippen vormden een glimlach die me dreef in je donkere ogen. Je gaf een kus tot afscheid. Jij dwong me te ontwaken; ik kon die nacht weer slecht slapen.
Het regende, soms doet het dat op een woensdag. Zeg maar, de regen viel met bakken uit de lucht terwijl we naar gewoonte...
Ga je door dit weer naar huis, nee toch? Ik bleef slapen. Het had nadelen. Geen tandenborstel, geen proper ondergoed, geen boeken voor de les van morgen. Een douche, ja dat wel. En dus sliep ik in het bed van Ludwig. Jij in de zetel, oncomfortabel.
Geen nachtzoen, wel dit voorstel. Waarom breng je volgende keer je gerief niet mee? Twijfel gemengd met een groeiend verlangen maakte me rusteloos. En toch bracht ik de volgende woensdag een tas met spullen mee naar jou.Je nam mijn tas, inspecteerde de inhoud en omhelsde me daarna. Je knoopte mijn jas los en hing hem aan de haak. Geen damspel deze keer. Op tafel een kaars, 2 borden, bestek en een fles wijn. Gezellig tafelen. Spanning als achtergrondmuziek. Ik rookte voorzichtig maar wilde vuur, ik lag reeds lang te smeulen. Een brand die jij vandaag zou ontsteken, verwachtte ik.
Ik vind je lief, hoorde ik je toen zeggen. Als een klaproos kleurde ik rood. Ik heb een schepje, jij toch ook; laten we spelen op het strand, zei je, ik heb zo lang gewacht. Je had dit ingeoefend, zeker weten. Ik werd donker verlegen. Vlug keek ik weg. Je knie ontmoette de zijkant van mijn been met vriendelijke streling. Jij eerst of ik? Je peilde met je ogen. Ik had geen antwoord op de vraag die ik niet begreep. Je stond op en nam een douche. Je kwam terug en ruimde de tafel af, slechts in witte onderbroek gehuld, jouw mooie lijf. Nu ik, had ik alsnog begrepen. Ik heb mijn ketens weggegooid.
Onder de waterstraal ontlook mijn piemel harder dan verwacht, onstuitbaar en vol begeerte. In de verse onderbroek kromde hij geremd naar voor. Zo goed als bloot zat je op bed. Ik merkte contouren in het wit van je broekje. Het zien van jouw verlangen deed het mijne groeien. Ik ging schuchter naast je zitten. Potsierlijk, mijn dikke bult. We wisten niets van naakt elkaar verwennen. Ik ging voor je benen. Jij streelde mijn nek. Je rondde mijn schouder. Het lijden van het niet durven aanraken was voorbij. Langs buik en lenden voeren je vingers. Jij beroerde speels de haartjes van mijn lijf tot ze rillend rechtop stonden. Het maakte me gek. Heet bloed ruiste door mijn oren. Ik had beslist. Ik ga jou openlijk beminnen. Mijn vingers zochten donker genot onder de stof die aansloot om je buik.
Mijn plagende vingers krioelden schaamteloos door de haren van jou zwarte hart beneden. We lagen op het smalle bed. Dat silhouet onder het wit. Wit dat verwijderd wilde worden. Ondeugend traag werden twee weerloze onderbroekjes steeds verder omlaag geschoven.
Mijn en jou enige textiel werd verbannen naar onze voeten. Je groeide snel. In het liefdesspel streelde ik de fijne aders van je piemel waar je bloed wild bonkte in blauw en rood. Ik bracht je kolf tot volle kracht. Opwindend om jou te zien zo naakt, jouw stok te betasten zo recht en dun, zolang. Een beetje raar eerst, jij bent een man. Maar ja, ik toch ook...
We kruisten onze wapens. Ik pookte harder dan bedoeld tegen je aan. Je
antwoord was zacht. Ik voelde je hand tasten op een plek voordien alleen van mij. Wij houden niet van brute kracht.
Na zolang vasten volgde het sabreren best snel. Mijn ballen leegden zich in jouw handpalmen. Je verdween met kleverige buit en keerde terug met gewassen handen.
Ik lag, op de rug, handen onder het hoofd, klaar voor jou. Je bleef staan in vol ornaat en liet je door mij bewonderen. Je glimlachte mijn piemel weer in erectie met je donkerbruine ogen. Kom, zei ik.
Je legde je op mij. Je hart klopte voelbaar vlakbij het mijne. Het bed kraakte van het bloot elkaar ontmoeten. Ik voelde je schaambeen stoten. Ik kneep in de malse spieren van je kont terwijl je billen ritmisch veerden. Je rechtte je rug terwijl je adem stokte. Warm zaad pompte je in gulpen op mijn buik.
Nu kan ik bij jou geborgen zijn. Ik leerde verlangen naar jou zonder
wroeging en spijt. Ik kom naar jou, wekelijks, om te dammen... en om dan telkens gulzig naar zachtheid elkaar in lichaamstaal te ontmoeten.
Jan
4351 keer gelezen
Score: 7
(van aantal stemmen: 302)
VERTALEN - Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.
