Erotische Inhalte!

Sie sind dabei, eine Website zu betreten, welche möglicherweise erotische Bilder un Videos beinhaltet. Mit dem Betreten der Seite erklären Sie, mindestens 18 Jahre alt zu sein. Neben Videos finden Sie hier Kontakte zu Personen aus Ihrer Umgebung.

Twilight - Survival Inferno - 1

(…over ene Roman Jagersman, tijdens een sensuele autorit en een bijzonder weerzien…)

Drie jaar geleden was er ik ermee begonnen om, voor de bouwvak en alle vakantiedrukte uit, me een weekje extra vakantie te gunnen. Ik had toen een medewerker aangenomen en die was best in staat om even het roer van me over te nemen.
De derde week van juni…, het was een vaste gewoonte geworden…, zoals ook het kleine particuliere survivalbedrijf in de subtropische Mediterranee. Aangenaam weer, een ruige omgeving en vooral een prettige organisatie deden me ieder jaar terugkeren naar de natuurlijke rust van het “Vivre à Survivre”.
Vader en zoon Boucher hadden zich gespecialiseerd in survivals voor sportieve en goed getrainde volwassenen. Twintigers en dertigers in een groep van acht waaronder tenminste een gediplomeerde alpinist, een groep die zichzelf over een jaarlijks wisselend parcours had te worstelen.
Het was me de eerste keer zo goed bevallen, dat ik gelijk voor het volgende jaar had geboekt. Eén weekje minimalistisch doen, je simpel in het zweet werken, een potje koken met zeven onbekende Europeanen en een zelfde doel. Acht individualisten langzaamaan tot een eenheid zien samensmelten, en de dagelijks beslommeringen vergeten. Het paste me naadloos.

Alleen dit vierde jaar hadden de Bouchers me een berichtje gestuurd met de vraag of het een weekje later mocht worden. D’r was namelijk een “professeur de sport d\\\'une école secondaire néerlandaise” die met drie overactieve en dan afgestudeerde Vwo’ers de strijd der elementen wilde aanbinden.
Maar de Bouchers hadden enige zorg om de jeugdigheid van het drietal. En ze kenden wel de bewuste sportleraar maar zagen toch ook graag een paar andere “vaste gasten” aan dat trio toegevoegd worden. En omdat ik uit hetzelfde land kwam…, een vriendelijk verzoek van aardige Fransozen die een perfect bedrijfje runden…, ik stemde er mee in. Want een weekje eerder of later…, zolang de zondvloed aan vakantiegangers maar niet was losgebarsten.
Later stuurden ze me nog een definitief overzicht met de namen en adressen. Naast de vijf Nederlanders was er een Noord-Duitse Marinier, en nog een Italiaanse skileraar – alpinist. En de laatste van het octet was Martín Boucher, de zoon van de baas zelf.

Van de Nederlandse sportleraar, ene M.B. de Vries, kreeg ik later het voorstel om gezamenlijk af te dalen naar het zonnige zuiden. Hij zou zorgen voor een geschikte auto. En of het een dagje eerder kon, en om op de donderdagavond al vast af te reizen en de vrijdag op “Vivre à Survivre” te gebruiken om te acclimatiseren en de jeugd een beetje wegwijs te maken in de technieken van het overleven.

En zo liet ik me aan het begin van die bewuste donderdagavond wegbrengen naar de afgesproken parkeerplaats. Mijn chauffeur in mijn eigen auto was mijn eigen medewerker. Rémy.

Rémy, een bijzondere jongen die vier jaar geleden zo rond z’n twintigste z’n Hbo-studie bouwkunde wilde afbreken. Hij was te aardig en te verlegen. En te midden van de harde gewiekste medestudenten ging hij er aan onderdoor.
Ik zie hem nog, op verzoek van de stagementor, als een schuwvogeltje voor een sollicitatiegesprek binnenkomen. Ik was er van geschrokken. Niet alleen vanwege z’n wegdraaiende ogen en z’n onhandige houding, maar ook om z’n verstilde schoonheid. Want zelden, of eigenlijk nooit, had ik zo een regelmatig mooi en verfijnd gezicht gezien, zulke hele grote ogen en zulke bijzonder krullende volle lippen van een niet te grote mond…, zo…

Maar dat zag je alleen als je hem bespiedde. Want hij hoefde je blik maar te voelen, en dan sloot hij zich als een oester en leek ineen te krimpen als een vogeltje.
En de eerste keer dat ik hem bij toeval een hand op zijn schouder legde, dook hij geschrokken ineen.
Nee, Rémy was er voor de binnendienst. Rémy was mijn rechterhand, mijn secretaris en it-er en reken- en digitale tekenwonder, m’n wandelende geheugen. Want slim was ‘ie wel.

Na de proefperiode, die ik voor ons beiden op een half jaar had gesteld, en ik hem daarna voor vast aannam en hij in de stad een appartementje huurde, had ik een hond voor hem gekocht.
Zo’n zwart-witte middelgrote en vooral heel sociale boerderijhond. Daar was ‘ie gek op, had ik begrepen.
Wel, Rémy en Jolie, het was een heel bijzonder duo, dat ’s avonds samen vertrok en de volgende werkdag ’s ochtends weer terugkwam. Het was buitengewoon en hartverwarmend om te zien hoe een mens en een hond aan elkaar verknocht kunnen raken.
Samen hadden we een hondenluik achter in de tuindeuren gemaakt. Jolie liep naar believen in en uit en bewaakte niet allen Rémy’s appartement maar ook mijn oude tweeklassige school in een streekdorp, waar ik in het ene hoge lokaal woonde en in het andere mijn “atelier” had.
En Rémy en ikzelf…, op een bepaalde manier waren we ook aan elkaar verknocht geraakt. Want Rémy had ik voor het leven. Die zou pas vertrekken als ik m’n bureau ooit e’s aan een ander zou gaan overdragen.

Hij zat nu naast me en chauffeerde me de korte vakantie in. En z’n hond Jolie lag trouw op een kleed op de achterbank.
Als Rémy “iets” te doen had, dan was hij gefocust en redelijk ontspannen. Dan was hij aandoenlijk in z’n verstilde schoonheid en eigenlijk om op te vreten, die slanke jongen van vierentwintig die altijd een jongen zou blijven.
En misschien was het wel mijn vakantiegevoel, dat nu al zo nadrukkelijk aanwezige was om de ingepakte bagpackerrugzak die naast de hond op de achterbank stond, en m’n grijziggroene outdoor outfit van een afritsbroek en een shirt en de sterke schoenen.
Want ik deed iets wat ik al jaren had willen doen. Ik strekte mijn linker arm over zijn schouder en legde mijn hand in zijn nek, streelde door het dikke sluike donkerbruine haar.
Hij schrok niet deze keer. En ik liet mijn hand er liggen, speelde met zijn haar.
‘Als er iets is…, gewoon een sms’je versturen. ’s Ochtends en ’s avonds zet ik m’n iPhone even aan. Ik bel je terug.’
Het was een compleet overbodige opmerking. Want die afspraak hadden we drie jaar geleden al gemaakt. Toch knikte hij. En toch huiverde hij niet om mijn hand.

De hond Jolie kwam even overeind en likte over Rémy’s wang en toen over mijn onderarm, en ging weer liggen.
Samen zouden zij een ruime week lang in mijn woonlokaal wonen, om mijn eeuwoude woonwerk-school dag en nacht te verdedigen.
En nu, terwijl ik mijn hand in zijn nek had liggen en met zijn haar speelde en hem met een zo mooi ontspannen gezicht zag chaufferen, was ik in staat om hem een zoen te geven.
‘Geen te lange dagen maken, hè…?’, merkte ik langzaam op, ‘…lekker steady on…’
Ik zag hem glimlachen, voelde de warmte van zijn huid, voor het eerst en heel intens, omdat hij het toeliet. Zo intens dat het me opwond en ik zou eigenlijk nu mijn hand moeten terugtrekken.
‘Volgend jaar…,’ zei ik in een warme melancholische vakantiestemming, ‘…dan spreek ik in de bouwvakperiode af …, dan gaan we samen survivallen…, met Jolie…’
Hij grinnikte. Rémy was geen sporter. De slanke jongen fietste alleen maar elke dag de vijf kilometer vice versa met Jolie naast zich, wandelde met Jolie, en zodra het weer het toeliet dan stapten ze samen in mijn oude tweepersoons kano en voeren de ringsloot achter m’n achtertuin uit, om soms uren later terug te komen.

‘Zeilen…,’ zei hij ineens met z’n zachte lage melodieuze stem, terwijl ik de spieren van zijn nek onder mijn hand voelde bewegen ‘…dat lijkt me wel leuk.’
‘En dat vertel je me nu pas…’, zei ik en kneep zacht in zijn nek.
Even hikte zijn voet op het gaspedaal, en hikte ook de auto…
Maar die mooie verstilde lulhannes…, nu ineens…!, nu pas…!, wel verdorie, ik moest hem nu eigenlijk loslaten, want het begon spontaan te knellen in mijn toch al niet te ruime afritsbroek. En toch…
‘Nou, Rémy…,’ zei ik, ‘…dan hang je, kerel. Een neef van me heeft een zeilboot…’
‘Eerst een weekendje proberen…, om Jolie…, eerst maar e’s zien of ze er tegen kan…’

Toen liet ik hem echt langzaam los. Want niet alleen mijn hart sprong op. Wat een onzin, dacht ik nog in mezelf in een ontnuchterende poging mijn plotseling ook opspringende en bekneld rakende lul tot bedaren te brengen. Want die jongen was er immers vijf dagen in de week…, en dan nu opeens…, om een simpel weekendje zeilen.
‘Lijkt me wel leuk,’ zei ‘ie ook nog openhartig, na vier jaren.
‘Verdomme, Roman Jagersman…,’ bestrafte ik me in stilte terwijl ik tegen hem knikte, ‘…hij is je medewerker. Haal je geen gekkigheden in je hoofd. Je hebt een vriendin. ’t Gaat alleen maar om een weekendje zeilen.’
Maar mijn beknelde lul sprak andere taal. En ik vouwde mijn handen als een opgewonden puber over de gulp van mijn afritsbroek.

‘Samen?’, vroeg hij, ‘of gaat Elle ook mee?’
‘Nee, nee…,’ zei ik omdat ik wist dat hij moeite had mijn energieke en vrijmoedige Lat-vriendin, ‘…samen…, samen met Jolie.’
‘Leuk,’ zei hij.
Het was hem menens en ik voelde spontaan de voorsappen opgang komen. Mijn lul lag half gespannen als een kwijlende hond opgevouwen bekneld onder mijn gevouwen handen.
‘Mijn neef Lucas Jan Jagersman…,’ zei ik, ‘…die heeft een zeiljachtje…, als je in de gelegenheid bent…, je kunt allicht e’s even bellen…, z’n nummer staat in het adressenbestand.’
‘Ja,’ zei hij en ik was verbijsterd.
Ik zweeg.

En maar heel langzaamaan voelde ik de druk onder m’n gulp afnemen, toen hij begon te praten over de dokterspraktijk die we in voorbereiding hadden, over het specialisme van medische eisen en aansluitingen dat nieuw voor ons was.
‘Het gaat goed met je, hè Rémy?’, zei ik toen ineens.
Hij knikte en keek even glimlachend naar me. Het was zo’n zeldzaam voorkomende keer dat hij me openlijk aankeek, met z’n mooie grote ogen in z’n zo gaaf en fijnbesneden regelmatige gezicht…, z’n bijzondere volle lippen.

‘Ik wordt vader,’ zei hij.
‘Hè!?’
‘Jolie is drachtig. Ze krijgt een laat nest van een rasrekel. Zes pups volgens de dierenarts…, tenminste…, zoveel kon ‘ie scannen…’
‘Rémy…,’ grinnikte ik warm.
‘Over drie en een halve week,’ zei hij.
‘En moet dat allemaal in jouw appartementje…?’
‘Kan het ook bij jou in de garage?’, vroeg hij.
‘In de garage…!, dat tochtige ouwe hok…, dan maken we een nest onder de zoldertrap…, twee nesten. Ook één voor jou, want als vader moet je d’r bij zijn…,’ grinnikte ik en vroeg toen geheel overbodig, ’…dus je hebt haar laten dekken?’
‘Ja, Jolie was laat loops…, en toen heb ik een raskennel gebeld…’
Ik zat werkelijk even paf. Rémy die d’r in z’n eentje op uit was getrokken…
‘En moet dat dan in de bouwvak allemaal mee in de zeilboot?’, vroeg ik.
‘Nee…,’ grinnikte hij, ‘…zo bedoel ik het niet.’
‘Gaan we niet zeilen?’, vroeg ik.
‘In september kan toch ook?’
Ik grinnikte. Ik zat te genieten omdat hij zat te genieten.

Hoe verknocht kun je zijn, dacht ik en stak spontaan nog e’s mijn arm over zijn schouder en streelde hem in z’n dikke bos jongensachtige sluike donkerbruine haren. Hij was om op te vreten nu.
‘Maar mag ze echt bij jou thuis bevallen?’, vroeg hij terwijl hij m’n hand liet begaan.
‘Tuurlijk. Dat wil ik meemaken. Ik kom er zelf bij liggen,’ grinnikte ik.
‘Ik durfde het niet te vragen…, ik bedoel…, ik kan ze niet heen en weer sjouwen van huis naar werk…, het was zomaar in een opwelling…, voor Jolie…’
‘Je goeie gevoel volgen, Rémy…, da’s goed. Dat kan nooit verkeerd zijn,’ mompelde ik en streelde zijn haar, die stille jongen.
‘Ja,’ zei hij en zuchtte opgelucht.
‘Je komt gewoon bij me logeren,’ zei ik.
‘Al die zeven weken…? Want zolang moet ik het nest op z’n minst houden…’
‘Je zal wel moeten, kerel. Want ik ga echt niet ’s nachts achter zes piepende pups aanvangen…’
Er volgde nog een opgeluchte zucht.
‘Vader Rémy,’ grinnikte ik en schudde plagen zijn hoofd heen en weer.
‘Moeder Jolie…, hè Jolie?’, zei Rémy en keek in de binnenspiegel.
En de drachtige Jolie kwam kwispelend in de benen en gaf d’r baasje nog e’s een lik in de hals en mij één over m’n hand. Het was aandoenlijk en vertederend om te zien, terwijl ik mijn hand terug trok.
Nee, al was hij wel iets veranderd, Rémy was niet een jongen voor de harde bouw. Hij was het in vier jaar niet geworden en zou het ook nooit worden. Misschien dat het grote verschil daarom zo nadrukkelijk en bijzonder voelde…

Ik zette de autoradio aan. Voor deze ene keer werd het een klassieke zender. De stil rustige mathematische klanken van Bach…, m’n plotseling opgestoken opwinding was voorbij. Alleen een kleverige eikel restte me nog…
Ik sloot de ogen en richtte m’n gedachten op “Vivre à Survivre”. Want het was er daar aan dat snel stromende water een waar paradijs, besloten en groen in de grijzige rotsen, de bossen… een heel andere verstilde wereld…
En Martín Boucher doemde op voor m’n geestesoog, de zoon die deze keer met de groep mee zou gaan. Hij moest nu drieëntwintig zijn, die sterke en soepele sportjongen met z’n gebruinde frisse kop en z’n korte donkere sportkuifje. Een leuke jongen. Een voor mij opwindende jongen.
Want het ging nooit over…, zelfs niet in de onbereikbaarheid die er alleen was om van te dromen…, het ging nooit over als je vroeger in je ontluikende jaren zo ruimschoots van het bedrijven der jongensliefde hebt geproefd.

Nee. En sinds ik Rémy bijna dagelijks over de vloer van m’n atelier had, was er geen ontkomen meer aangeweest. Want Elle…, mijn Lat-vriendin die aan de andere kant van het land woonde…, met haar had ik bijzondere relatie.
Ooit wel, toen ik pas achttien was, ontaardde het in heftige seks waar ik bijzonder trots en groots op was…, maar geleidelijk aan waren wij, eigenzinnige solisten als we waren, meer maatjes geworden…, om ons vakgebied…, om een vreemde klik van niet zonder en niet met elkaar kunnen…, en om soms toch nog e’s verrukkelijk van elkaar opgewonden raakten…

Nee, sinds Rémy was ik weer gaan “praktiseren”. Uiterst heimelijk, want het paste en hoorde niet bij m’n opvoeding en al helemaal niet in de bouwwereld en vooral niet in m’n sportieve verenigingsleven.
Ik zocht het in de duisternis van de anonimiteit en vond het er ook: gewone heerlijke geile lustbevrediging met een gelijkgestemde vreemdeling…, wat soms kon ontbrandden in een fantastische wellustige vrijpartij…, en soms zelfs bij de man of jongen thuis.
Maar kijken náár en genieten ván bijvoorbeeld zo’n opwindende sportieveling als Martín Boucher…, die leuke jongen had iets…, gewoon sexappeal dus…

De auto minderde vaart. Ik opende mijn ogen. We reden de afslag af.
‘Ik denk dat we er zijn,’ hoorde ik Rémy zacht naast me zeggen.
‘Ik denk het ook,’ grinnikte ik en rekte me uit.
Ook de zwart-witte sociale knuffelhond Jolie, zwaar bezwangerd, kwam overeind toen we de afgesproken carpoolplaats opreden in de bijna midzomerse avondzon.
Van de weinige auto’s die er stonden, ging bij een glanzende zwarte forse SUV als begroeting automatisch de achterklep open.
‘Zo, dat wordt een luxe ritje, Rémy.’
‘Nou…, jouw auto mag er ook best zijn hoor…,’ zei hij.
Ik grijnsde, gaf hem een schouder duw, stapte uit en trok het achterportier open. De drachtige Jolie hipte vrolijk tussen de beide rugleuning door naar voren en ging parmantig op mijn plaats zitten, terwijl ik m’n bagpackerrugzak uit de auto haalde.
‘Jolie…!, onderin…!’, bromde Rémy.
Braaf ging Jolie, zij het met enige trage tegenzin, op de vloermat voor de passagiersstoel liggen.
‘Nou, jonge ouders…’, grinnikte ik, ‘…houden jullie het gezellig samen…?’
‘Ze verhaart zo…,’ bromde Rémy verontschuldigend.
‘Tot volgende week, ouwe brombeer.’
‘Ja, prettige vakantie…,’ zei hij.
En toen…, ik zette een voet in de auto en boog me tussen de beide stoelen naar voren, en drukte een zoen in z’n dikke sluike haar en legde daarbij mijn hand in zijn hals.
‘En jij, Jolie…,’ zei ik tegen de hond die er op de vloermat onder het dashboardkastje lag en naar ons opkeek met die grote trouwe hondenogen, ‘…jij past goed op je baasje…, afgesproken?’
En misschien had ik Rémy daarbij juist even te lang in zijn warme hals gestreeld. Want toen ik definitief uit stapte en het portier sloot, voelde ik opnieuw die warme prikkelende opwinding opkomen.

Ik liep naar de zwarte forse SUV waarvan de achterklep zo uitnodigend open gaapte.
‘’n Lift naar “Vivre à Survivre”?’, klonk het energiek vanuit het binnenste van de forse auto.
‘Als dat zou kunnen,’ grinnikte ik, legde er mijn rugzak en jack bij de andere bagpackerrugzakken en een krat proviand en sloot de achterklep. Het rechter achterportier werd voor me open gedaan.
En ik stak nog even een hand op naar Rémy die met een bescheiden klaksonnetje wegreed, en met een zo leuke timide glimlach naar me zwaaide…, verdorie…, die heerlijke mooie lummel…, je zou h’m toch doodknuffelen…

Op de achterbank van de SUV schoven twee jongens wat voor me op. Twee afgestudeerde en zeer volwassen en gespierde Vwo’ers zaten er heel stoer te wezen in strak passende, grijzig zandgeel gevlekte camouflagebroeken en –shirts. Mannetjesputters maar toch…, jongens.
En dat het woord “eroten” opeens door m’n hoofd speelde, toen ik naast hen op een warme zitting schoof… dat moesten nog de naweeën zijn van de overstap…

‘Inacio…, maar zeg maar Inny,’ zei de jongen naast me en gaf me een stevige hand. Met z’n diepbruine kleurtje en z’n ravenzwarte bos dik sluik haar en vurige gitten van ogen was ‘ie duidelijk een gemixte telg uit het verre Latijns Amerika.
‘Donavan…, maar zeg maar Donny,’ zei onmiddellijk de andere jongen die tegen het linker achterportier zat, een blonde jongen in overduidelijke tegenstelling met de latinojongen om z’n verkleurde donkerblonde dikke bos sluik haar, een lichtgebruinde huid en diepglanzende donkerblauwe ogen.
‘Ik ben Nick…, maar zeg maar Nicky,’ klonk het heel actief en enthousiast vanaf de passagiersstoel voor me…, als zou ik iemand overslaan…, een witblonde jongen met al net zo’n dikke kuif sluik maar zacht haar, die er op de knieën op de zitting om de hoofdsteun naar achteren keek.
Mon dieu, dacht ik, de jeugd wordt steeds jonger toen ik in z’n frisblozende jongenskop keek, met stralende hele lichte grijsblauwe ogen en grote donkere pupillen. O, schouders en nek en arm en ook de handdruk waren zeer volwassen, maar…
De chauffeur, de sportleraar die dit gezamenlijk tripje zuidwaarts op z’n geweten had, wendde zich langzaam naar me om en keek me aan en stak een hand naar me uit…, dat wilde en stugge touwpluizige uitstaande blonde haar…

‘Verrek…!’ zei ik verbaasd en getroffen.
‘Zooo…!, Roman Jagersman…, zo kom we elkaar nog e’s tegen…, toch…?’
De drie jongens, die zich blijkbaar zo heel keurig voor hun doen hadden ingehouden en op m’n reactie hadden zitten wachten, barsten opeens in lachen uit.
‘Allemachtig,’ zei ik.
‘En de profeet heeft een penis van één meter tachtig,’ kaatste het lachende witblonde jong Nicky voor me.

Wel…, meende ik…, d’r werd hier duidelijk een punt gezet…, en gemaakt…

‘Meneer M.B. de Vries dus…?’, zei ik tegen de sportleraar annex chauffeur en drukte zijn hand.
‘Roman…,’ grijnsde de blonde en gebronsde jongeman makkelijk en breed naar me, ‘…als je als Merlijn Boris in de gemeentelijke analen staat ingeschreven…’
Hij hoefde het niet verder uit te leggen want de drie jongens lagen gelijk opnieuw in een deuk.
‘Merlijn de tovenaar…,’ schaterde witblonde Nicky voor me.
‘Boris Glasnikovski…,’ lachte de latinojongen Inacio naast me.
‘Die onthouden we, jongens…!’, grinnikte de donkerblonde jongen Donny, ‘…die blijft er in…!, de hele week…!’
‘Ik bedoel maar…,’ grijnsde de chauffeur gemakkelijk en onverstoorbaar toen hij onderwijl de dikke auto startte en achteruit reed.
‘Merlijn Boris!!!’, lachte het witblonde jong Nicky voorin nog e’s hikkend na…
‘Titatovenaar…’, grijnsde het donkerblonde jong Donny.
‘Boris de Grote de Eerste…,’ grinnikte het latinojong Inacio naast me…

“Woestblonde Bolijn!!??”…, dacht ik intussen verbijsterd…, mon dieu…, hoe is dat nou mogelijk…?

2715 keer gelezen

Score: 8
(van aantal stemmen: 204)

VERTALEN - Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.

Wij gebruiken cookies

Deze website gebruikt cookies om basisfunctionaliteit te garanderen, het gebruik te analyseren en marketing en advertenties te personaliseren zodat deze beter aansluiten bij jouw interesses.