Erotische Inhalte!

Sie sind dabei, eine Website zu betreten, welche möglicherweise erotische Bilder un Videos beinhaltet. Mit dem Betreten der Seite erklären Sie, mindestens 18 Jahre alt zu sein. Neben Videos finden Sie hier Kontakte zu Personen aus Ihrer Umgebung.

Twilight - Survival Inferno - 4

(Roman Jagersman…, en zijn EERSTE JONGENS-ERVARING…)

(Samen met woestblonde Bolijn, nog tijdens de vrijdagmiddag op het survivalkamp “Vivre à Survivre”, terwijl de drie jongens Donny en Inacio en Nicky onderricht krijgen van Martín Boucher, en na Bolijns bekentenis en hun eerste vurige HETE STEEKVLAM…
Beiden zitten ze in het kantoortje van de Bouchers om de hitsige opschreven puberale herinneringen van Roman vanaf de pc te lezen…)

En terwijl woestblonde Bolijn het eerste concept open klikte en we naast elkaar op ouderwetse kantoorstoeltjes zonder armleuning zaten, rolde ik iets naar achteren en stak mijn ene been achter zijn kleine rugleuning langs, leunde toen met mijn kin op zijn ene blote schouder en legde mijn ene hand op zijn volle warme gulp vol mannenvlees en de andere op zijn ene volle sportborst om er zijn brede tepel te strelen.
Want ik wilde hem voelen…, nu…, ik wilde genieten van hem…, nu…
‘Lekkere geile…,’ gromde hij nog en huiverde rillend.
En ik was in staat om al zijn openingen te gaan verwennen en te op vullen, me naar binnen te likken en hem vol te spuiten…, en me tegelijkertijd aan hem weg te geven en het woeste beest dat hij was, diep in me te voelen woelen…, dat geile wellustige lijf, met die nu bijna weer harde nog kneedbare lul…
‘Zal ik je nog e’s lekker aftrekken, Bolijntje?’
Hij grinnikte.
‘Hmm…,’ gromde hij dierlijk, ‘…intieme seks is zo lekker, Roman …, het leven is één groot geil voorspel …, echt…’

En mijn puberale verhaal dat ik, Roman Jagersman, als achttienjarige snotneus opschreef en een jaar of tien later nog e’s ietsje redigeerde:

>>>…… PAUWEN EN PARADIJSVOGELS ……
Ooit zag ik e’s een natuurdocumentaire. Zijdelings ging het over de bloempjes en de bijtjes, over de mannetjes en de vrouwtjes in de dierenwereld, over de voortplanting en de oerdrift tot instandhouding van de soort. Daar kwam de vraag naar voren waarom een mannetjespauw en een mannetjesparadijsvogel zulke lange staarten hebben, want echt handig voortbewegen bleek het voor vogels niet te zijn.
Het antwoord was even simpel als verbluffend: De vrouwtjespauwen en de vrouwtjesparadijsvogels vallen voor het mannetje met de langste en mooiste staart. En de hitsig gretige mannetjesvogels hadden zich daar met evoluerende graagte op aangepast, ook al konden ze er nog amper of zelfs helemaal niet meer door vliegen.
De oerdrift en de daad zijn belangrijker…, zijn het belangrijkste…, na het ‘in leven blijven natuurlijk………<<<

‘Roman…,’ grinnikte woestblonde Bolijn onder mijn kin en in mijn armen, ‘…wat gaat dit worden, jongen…, seks met dieren? Ga ik jouw kippenneuken beleven…?, ben je een mierenneuker geworden…?’
Ongenadig hard kneep ik hem in zijn heerlijke ballen en zijn ene tepel…
‘Oh…, lekker…,’ kreunde hij, ‘…ga door…, Roman…’
Ik duwde mijn duim in de boord van zijn lage strakke camouflagebroek en klemde mijn vingers om zijn puilende harde gulp…, mon dieu…, die hete al weer bikkelharde brede kromme…, de hitte van zijn hete harde vlees…
‘Ik ben zo geil van je…’, fluisterde ik duwend masserend…
‘Moet ook…,’ grijnsde hij…, woestblonde Bolijn…


>>>…… De oerdrift en de daad zijn belangrijker…, zijn het belangrijkste…, na het ‘in leven blijven’ natuurlijk.

De natuurdocumentaire heb ik toen niet bewust meer afgekeken. Want mijn gedachten dwaalden af. Voor mijn geestesoog verscheen toen Guy.
Guy heette eigenlijk gewoon Willem maar die naam paste destijds niet meer bij zijn uitdossing en zijn image.
Guy was zo’n paradijsvogelman, een jongen toen nog, maar een zeer volwassen en zelfbewuste jongen die bij iedereen een grote indruk achterliet. En in z’n gemakkelijke manier van bestaan en bewegen was het een normaal natuurverschijnsel dat ‘ie, zonder dat ‘ie het overigens zelf leek te beseffen, voortdurend z’n vederen pronkstaart gladstreek en opzette.

Nu is schoonheid natuurlijk subjectief en valt te betwisten. Maar een atletische jongen met een altijd zorgeloos en opgeruimd gemoed, en met de donkere halflange krullen in een glanzende wetlookgel naar achteren gestreken, en met een nog grotere glans in z’n lichte en sprekende grijze ogen, een brede en gemakkelijke glimlach op z’n aantrekkelijke kop…, nee, ik geloof niet dat er iemand was die niet ergens voor z’n charmes viel. Omdat het niet gemaakt was. Guy was zoals ‘ie was en gedroeg zich gewoon zo.

Guy zat destijds bij mij op schaatstrainen.
Zijn trainingspak stond hem perfect, het strakke schaatspak zat hem nog perfecter, en het dunne lycrapakje van onze zomerse skeelertrainingen zat hem meer dan perfect.
En een aantal keren had ik hem in z’n dagelijkse kleren gezien. Guy was daarin zijn tijd ver vooruit.
Toen al droeg hij een sleetse jeans met een kort lijfje en met een brede bruine riem en hele lage gesp. Het was een zachte jeans die hem als gegoten zat en bijna teder spande om zijn schaatsdijen en -billen en in zijn kruis…, een stretchachtige jeans die samen met een nauwsluitend shirt of truitje de staartveren van de paradijsvogel vormden, de pauwenveren der verlokkingen.

Natuurlijk, heel veel sportjongens die er goed uitzien, willen dat ook tonen. Het primitieve oog dat gelokt wordt, dat vooreven vastgezogen moet worden, door dat alles overheersende van de drift der driften…, bewust of minder bewust…, gemakkelijk of ongemakkelijk…, wel, Guy had vooral geen last van de hinderlijkheid van zijn te lange staartveders. Zijn stoere uitmonstering paste hem perfect en voegde zich naar zijn lijf en hij kon er zich, ongedwongen en gemakkelijk als hij was, vrijelijk en moeiteloos in bewegen en in leven.

Hij lag ineens op mijn netvlies, Guy, die jongen die een jaar ouder was dan ik. En met de herinnering aan Guy was ik terug in het gebied van de Kleinsteedse Stad met daarnaast vooral De Dodelijke Dorpenwereld waar ik destijds woonde.

Dat was een kliek van dorpen, een dorpenclan. In het ene stond het gemeentehuis, in het andere de kerk, in nog een andere oefenden de koperblazers samen met de drumband en de majorettes, en er was het dorp met de basisschool, en naast nog weer een ander dorp lag het voetbalveld.
En dat voetbalveld…!, met die verdomde voetbalclub waar mijn vader in die tijd bestuurslid van was…!

Het hoorde gewoon zo dat ik als huiverend jochie tussen andere huiverende branieschoppertjes over het veld en achter de bal aan rende.
Alleen voor mij, als enigst kind, was dat het begin van de Spartaanse opvoeding die mijn beide vormgevers voor mij in petto hadden.
Mijn levensloop lag al vast voordat ik het besef en de jaren er toe had. Ook de scholen en een academische bouwtechnische opleiding waren al ingepland en bij wijze van spreken al besproken en vastgelegd.
Want ik moest en zou mijn vader in z’n eenmansbedrijfje in bouwadviezen opvolgen. En tegen die tijd had ik me als een echte gestudeerde bikkel te gedragen tussen al die brute bouwvakkerbikkels. Dan zou ik een echte vent moeten zijn…

Niet alleen was ik “de voetbal” gaan haten om het verrotte enkelschoppen en de “eerst de man en dan de bal” mentaliteit, maar vooral en bovenal om het Grote Heilige Moeten dat me van thuis werd opgelegd.

Tot ergens laat in mijn veertiende heb ik dat vol gehouden.
Ik was toen overigens eigener beweging al twee jaar lid van de actieve ijsclub geworden. Dat paste volgens mijn vader nog net in het Spartaanse schema. Want een sterk lijfelijk onderstel opkweken kon geen kwaad.

In dat voorjaar van mijn veertiende, en ruim voor de zomerse voetbalstop, was toen mijn groeischeut begonnen.
“Vroeg rijp vroeg rot”, scheen het te heten. Mijn leven hing aan elkaar van aangedragen clichés en stompzinnige gezegdes en mijn lijf groeide dat voorjaar en die zomer tegen alle verdrukking in, mijn stem sloeg een korte tijd over en verwerd tot een gestaag gebrom.
En toen ik na de zomervakantie aan mijn zoveelste voetbalseizoen begon, toen keek ik ineens over de meeste hoogstemmige branieschoppertjes heen.
Voor mezelf was het in die vele maanden nog geleidelijk gegaan. Maar voor het elftal, met maar enkele oudere en even groot volwassen jongens als ik, was ik van een bescheiden en stille linksbuiten ineens een bezienswaardigheid geworden.
En gelijk na de eerste voetbaltraining van dat nieuwe seizoen was het raak toen we ons douchten en ik er naakt en met een bloot gevoel te midden van hen onder één van de sproeiers stond.
‘Hé jongens, moet je Roman zien!’, galmde het ineens.
En daarna bleef het galmen in de doucheruimte en in mijn oren.
‘Oh…, ohhoooh, Roman…!’
‘Hij hangt je tussen de knieën!’
‘Je trekt er te veel aan.’
‘Een neger is er niks bij.’
‘Maak h’m e’s stijf…’
‘Ja, dat wil ik wel e’s zien…’
‘Kom op jongens…’
Voor ik het besefte, hing de helft van het blote elftal aan mijn blote lijf en waren er handen die zich aan mijn slingerding vergrepen.
Gelach en gebulder, geglunder en geschater om mijn geval dat zich ongeremd verhief onder zoveel stimulatie. Vloekend mepte ik ze van me af terwijl mijn jodokus fier en hard in mijn navel prangde.
‘Hé mietje…!’
‘Halve zachte…’
‘Ga je nog rukken…?’ ……<<<

‘Roman toch…,’ grinnikte Bolijn zittend in het oude kantoorstoeltje voor me, ‘…was jij bang voor die scheidlijstertjes?’
‘Nee…,’ gromde ik met mijn kin op zijn blote schouder en mijn duim in de boord van zijn broek, en met mijn andere hand om zijn schouder, ‘…maar niet iedereen was zo’n lefgozertje als jij…, om met een kromme brede pik de aanvoerder uit te dagen.’
‘Dus dat wist je?’, vroeg hij grinnikend
‘Ja, dat heeft Lucky Jan me in geuren en kleuren verteld…, maar lees nou maar verder…, geil binkie…’

>>>……Het was niet eens de schaamte, want ik had niks om me voor te schamen…, nee, ik was gewoon woest, woest op dat Heilige Moeten dat me verplichtte te voetballen.
Gelijk na dat gebeuren, met de nijdig adrenaline nog gierend door mijn lijf, ging ik naar het kanaal. Wilgen groeiden daar niet om er mijn voetbalschoenen aan te kunnen hangen. Nee, die proppenschoenen gingen met een ferme boog en een flinke plons gewoon het bruine water in.

Maar daar aan het kanaal was het clubgebouw van de roeivereniging. Daar melde ik me aan. Want dat vond ik een goed alternatief voor het stomme voetbal.
Ik was nog wat jong, zeiden ze me, maar m’n lijf zou het misschien wel aankunnen. Ik mocht het gaan proberen.

Thuis werd er met geen woord over gerept. Of ze het te horen hadden gekregen wat me na de voetbaltraining was overkomen, heb ik van henzelf nooit vernomen. Maar dat er een barstje kraakte in hun aan mij opgelegde vorming tot ruige machobink…

Vanaf toen schaatste en skeelerde en roeide ik alleen nog. Dat ik niet langer tegen stompzinnige voetbalgenoten vocht, maar veel meer tegen mezelf, als ik m’n benen uitsloeg of aan de riemen trok…, ik, vroegtijdig uitgeschoten snotneus in vol en vooral nog onwetend masochistisch sportgedrag omdat dat zo lekker voelde, daar kwam ik later pas achter.

Wekenlang gonsde het door m’n kop: Je lijkt wel een neger…, je trekt er te veel aan…, mietje…, halve zachte…
Wekenlang douchte ik me niet samen met de skeeleraars en de roeiers, maar gewoon na de trainingen thuis. En daar haalde ik mijn enige pleziertje uit m’n blote spiegelbeeld en zette daar dan een mombakkes bij op.

Guy, toen al volop bezig om zijn eigen naam Willem uit ieders geheugen te wissen omdat ie al vijftien was en in mijn ogen al zeer volwassen met zijn groeiende donkere krullen die ‘ie al met wetlookgel naar achteren streek, die kende ik toen zo’n kleine twee jaar van de schaats- en skeelerbaan en vooral in z’n sportkleren.
Maar in die verwarrende weken na de doucheaffaire, zag ik Guy e’s in de stad lopen. Hij droeg toen die brutaal strakke kleren.
Niet dat hij mijn idool was, want idolen had ik toen niet en nu nog niet, maar hij liep er zeer mannelijk flink te wezen te midden van drie meiden. En ik bedacht me toen, dat Guy had het echt niet nodig om met een mombakkes voor de spiegel zichzelf een plezier te doen…

Maar ik dacht ook iets anders. Stoere kracht sprak er dwars door die strakke kleren heen, kracht die ook afstand kon scheppen en daarmee vooral respect af kon dwingen.
Thuis gaf het dagelijks gedonder, omdat ik vanaf toen in mijn oudste, en meest strak passende kloffie verscheen en ging en kwam.
Maar ik stak intussen een kop boven mijn stug steile moeder uit en een halve boven mijn bolle vader.
En mijn vuist was breder dan de zijne en zijn zwembandbuik was week en slap van de drank en van zijn grote mond waar al dat te veel aan eten door naar binnen werd geschrokt.
Hen beiden imponerend doorstond ik het dagelijkse gedonder.

Op school werd er eerst wat lacherig over gedaan. Maar dat zag ik als dezelfde simpele kift en jaloezie van mijn voetbalmaatjes om het formaat van mijn leuter.
En allengs, zo merkte ik, terwijl ik tot groot verdriet van mijn ouders ook nog mijn springerige verweerdblonde haar liet groeien, kreeg ik vooral het respect dat ik wilde…, en de nodige afstand tot goed gebekte gozertjes…

Bijkans een ware oorlog vocht ik een halfjaartje later uit, toen ik in mijn aller oudste en te strakke vale jeans vol gaatjes en scheurtjes en rafels en in een te strak oud truitje thuis klaarstond voor de viering van een huwelijks jubileum van mijn grootouders van vaders zijde.
Ik ging niét of ik ging zó, zei ik tegen hen.
Zo simpel was het. Want ik was inmiddels al lang vijftien en mijn groeischeut had zich geconsolideerd, net als mijn halsstarrige weerzin tegen alles dat naar Spartaanse Plichten riekte.
Ik won, zo simpel was het ook, al waren de dreigementen tijdens het autoritje niet van de lucht. Allemaal onmacht. En dat, terwijl het bruisende voorjaar lonkte en ik mijn al even bruisende krachten en machten door mijn lijf voelde stromen.

Ik was helemaal in de “mood” en liet me door niets en niemand meer inpakken.
En al helemaal niet door het zure zooitje van grootsprekers en gulle lachers met ruime gebaren dat in een gehuurd zaaltje bij elkaar hokte rondom de ex-bouwvakker en -aannemer mijn opa, met z’n vrouw mijn oma.
Mijn vader was er de oudste van hun vijf stoere machozonen. Maar hij was als laatste getrouwd en ik was de jongste van een elftal stoere machoneven en vijf onbehouwen nichten.
Ik…, het eeuwige jongste kleinzoontje…, naast al weer een nieuwe opkomende generatie achterkleinkinderen van de oudere fokzuchtige neven en nichten…, ik zat er en ik zag de blikken en het gesmoes achter de handen om mijn uit de toon vallende outfit.
‘Ja, ja, te keurige lui,’ dacht ik bij mezelf, ‘kijk maar e’s goed naar me. Want ik lust jullie rauw, simplisten in jullie paasbeste te vroegzomerse nette kleertjes…’

Dat me toen opeens een biertje in de hand werd gedrukt, mijn eerste biertje ooit…
Blijkbaar maakte ik toch indruk en met enige trots nam ik het aan van neef Gerben, de op één na jongste der kleinzoons en zo’n anderhalf jaar ouder dan ik…, een nakomertje in een gezin met twee oudere broers.
Als de verzuurde blikken van mijn stug steile moeder hadden kunnen doden, dan had ik terplekke het leven gelaten.
Dus, ik nipte stoer en vol goede moed van mijn bier en hing er brutaal in mijn strakke sleetse kloffie lui en met gestekte benen onderuit, in mijn nonchalante macht van een ontspannen getraind spierlijf.

Gerben, die een bouwtechnische Mbo-opleiding volgde, beklaagde zich er intussen over, dat zijn twee hele domme oudere broers, die ter zijner tijd het aannemersbedrijf over zouden gaan nemen, hem wel als handige bouwvakker in dienst wilden houden, maar vooral niet als compagnon zagen.
Of het nu door het bier kwam, of mijn veranderde gedrag en identiteit in dit zo keurige familieverband en ik me opeens een gelijke voelde omdat ik zo door hem behandeld werd…

Ik keek hem aan, Gerben. We waren ongeveer van het zelfde postuur, en ongeveer met hetzelfde springerige verweerdblonde haar en lange wenkbrauwen, en zelfs met enigszins familiaire trekken die me nu pas opvielen.
Ik vertelde hem dat ik niet van zins was in de voetsporen van mijn vader te treden en dat de opvolging van zijn bouwadviesbureautje derhalve vacant was. Even zat hij me met z’n grote groenig bruine ogen aan te kijken en heel langzaam kwam er toen een grijns op z’n gezicht.
‘Meen je dat?’, vroeg hij enthousiast en zag zichzelf blijkbaar al als de opvolger van mijn vader.
‘Tuurlijk, als jij je mond d’r maar over houdt,’ zei ik stoer en klokte de rest mijn eerste bier ooit tot op de bodem leeg.

Hij bekeek me. Hij nam me op. Hij stond op en wenkte me met een hoofdknik mee, greep onderweg nog twee biertjes van de toog en we werden opgeslokt in de catacomben van een oud dorpshuis…, in de stoffige coulissen achter een toneel.
Daar gaf hij me het tweede tapbiertje en bekeek me nog e’s. Even groot waren we. Dat vooral trof me, omdat ik altijd het kleine jonkie onder de kleinkinderen was geweest en ook altijd kleiner dan hem.

En daar in de stoffige schemer, terwijl ik wat langzamer van mijn tweede biertje dronk, begon Gerben over z’n beide broers en over al onze neven en ook over onze beide vaders en hun drie broers. Hij had het erover dat we allemaal van die brede handen hadden en dat grootkulligheid in de mannelijke lijn het ware kenmerk der Jagersmannen was.
Mijn opgeheven bierglas bleef plotseling ergens halverwege de beweging steken.
Grootkulligheid! ……<<<

Bolijn begon te grinniken en draaide zich iets naar me om, en haalde me uit mijn eigen verhaal dat ik jaren niet gelezen had.
‘Grootkulligheid…,’ grinnikte hij terwijl ik nu mijn duim uit zijn broekboord trok en mijn kin van zijn schouder, ‘…grootkulligheid…, zo noemde Lucky Jan z’n monstrueuze lul…, godver…, wat werd ik daar geil van…, nou, het lukte me toen pas bij de derde keer om me er helemaal omheen te schuiven…, die geile vent die uitdagend grijnzend onder me lag… Zeg…!, die Guy…, zou ik die moeten kennen?’
‘Nee…,’ zei ik, ‘…hij woonde niet in de stad…, en ook niet bij ons in één van de dorpen…’
‘Heb je het nog met hem gedaan?’, vroeg Bolijn.
Ik grinnikte. Guy. Stel je voor.
‘Nee, Guy was helemaal van de meidjes…, maar wel een bloedmooie sprinter…, dat spierbeest…, als we de start oefenden dan ging er achter staan…, en dan zag ik dat allemaal rollen van de explosieve krachten…’
‘Donny is ook zo…,’ grinnikte Bolijn schuin voor me, ‘…die lijkt zo stoer en rustig…, maar hij kan opzwellen en exploderen…’
Ik grinnikte. Het had iets vreemds en lekkers tegelijk…, om d’r zo over te praten…, als genietende pubers…, zo lazen verder…

>>>……Mijn opgeheven bierglas bleef plotseling ergens halverwege de beweging steken.
Grootkulligheid!
In een flits keek ik naar de gulp van Gerbens lichte nette broek. Het bolde er en dat leek even groots als dat wat mijn eigen spiegelbeeld in de strakke sleetse jeans.
‘En volgens mij win jij het van de hele familie,’ grinnikte Gerben fluisterend en nog voor ik iets kon zeggen, ervoer ik zijn hand die over mijn gulp kwam tastten en voelen.
Ik verslikte me bijna in een slokje bier en probeerde me manhaftig stil en rustig en vooral stoer te gedragen en niet ineen te krimpen zoals toen bij de voetballertjes onder de douche.

‘Maak e’s een stijve,’ fluisterde hij.
Nou, daar hoefde ik m’n best niet voor te doen. Dat ging vanzelf. Het bloed gierde door mijn lijf omlaag naar mijn kruis om die voelende hand. En het begon bijna pijnlijk in mijn te strakke jeans te knellen.
‘Hèlléloejah…,’ grinnikte Gerben fluisterend, daarbij zacht knijpend in mijn overspannen kronkelend beknelde jodokus, ‘…wat een knuppel…!’
Haastig gooide ik het restant van mijn biertje achterover en zette het lege glas ergens op weg, uiterst verbaasd maar vooral ook verrukt omdat hij er zo makkelijk over deed en het heel gewoon vond.
Met een trillende hand tastte ik over de gulp van zijn lichte broek en voelde hoe zijn orgaan er al net zo gebogen kronkelend bekneld zat als de mijne.

Met een grijns begon hij mijn jeans open te knopen. En mijn bonkende hart ruiste oorverdovend toen ik zijn broek open ritste…, zijn warme hand die in mijn strakke boxer schoof en de boord openhield en mijn bevrijdend opspringende vlees opving en omvatte…, zijn warme platte buik onder mijn hand, in zijn short glijdend die ik met trillende vingers openhield en zijn verstijvende vlees opving en omvatte.

Gerben grinnikte toen hij zijn onderbuik tegen de mijne drukte en mijn hand van zijn warme stijve vlees wegtrok.
‘Allemachtig,’ gromde hij zacht.
Allemachtig, dacht ik met mijn bijna oorverdovende hartkloppingen toen Gerben onze opgewonden en gestrekte palen tegen elkaar kneep. Ik huiverde rillend van genot.
‘Groeit de jouwe nog?’, vroeg hij fluisterend, daarbij onze beide tegen elkaar gehouden verstijvingen strelend.
Ik haalde mijn schouders op. Ik wist het niet.
En ik hoorde hem er over praten dat de mijne toch meer dan twintig moest zijn, want de zijne was dat juist vooral niet, omdat het verschil veel meer dan een vingerdikte was.
Ik stond intussen op mijn schaatsbenen te trillen van opwinding om zijn warme handen en om de aanblik van zijn openlijke harde vlees dat ‘ie tegen de mijne samengeklemd hield en er zijn beide handen over bewoog.
Ik zag hoe er enig voorsap op mijn roze dikke vlees begon te parelen.
‘Geile,’ grinnikte Gerben terwijl ik naar adem hapte.

Toen liet hij onze beide palen los en begon met openlijk en groot gemak zijn opwinding weer op te bergen. Enigszins teleurgesteld perste ik de mijne overdwars terug in mijn strakke boxer en knoopte mijn sleets rafelige jeans moeizaam dicht.

En ik hoorde Gerben als op afstand praten over de woest gedreven driften die bij de familiare grootkulligheid der Jagersmannen bleek te horen…, over hoe onze beide vaders en hun drie broers vroeger jarenlang ‘De Beest’ hadden uitgehangen, en dat Gerbens beide oudere broers en ook al onze neven geen haar beter waren.

Wellustige hitte en grootkulligheid bleek een gewilde combinatie in het uitgaansleven te zijn.
En besluitend vroeg hij of ik het al e’s gedaan had.
Ik haalde mijn schouders op. Nee, ik had het nog niet gedaan, want ik was te vroeg rijp, immers…, maar dat ging hem natuurlijk niks aan.
Grinnikend trok hij me vanuit de stoffige coulissen het kleine dorpstoneel op en we hoorden vanachter de dikke gesloten gordijnen en door het geroezemoes heen het gulle gelach opklinken nu de alcohol van de borrel en het bier aan z’n uitwerking begon. Dat kende ik van de vele verjaardagen.

‘Ik zou maar uitkijken voor Lucas Jan,’ begon Gerben terwijl hij me aan de pols naar het dikke oude toneelvoorhang trok.
‘Huh?’
‘Die schijnt bi te zin…, die eet van twee walletjes…, Lucas Jan heeft niet genoeg aan de meissies…’
‘Maar Lucas Jan heeft toch een vriendin’, zei ik verbaasd toen hij mijn pols losliet en heel voorzichtig op zoek ging naar een opening in het toneelgordijn.
‘Nou en…!,’ grijnsde hij, ‘…wat denk jij nou…!, al die brave Hendriken Jagersman hier…, die maken vaker een wip buiten het echtelijk bed dan er in…’

Hij duwde me naar voren en ik keek door de gordijnkier het zaaltje in. Ik zag ze er zitten en lachen en achter de hand fluisteren en proosten en toasten en achter klierige kleine achterkleinkinderen aanvangen…, ik bezag ze met het hogere overzicht van de toneelspeler op zijn publiek, en met ook nog andere ogen na al de openbaringen van Gerben.

‘Lucas Jan valt op strakke kontjes,’ hoorde ik Gerben achter me fluisteren, en ik voelde zijn plagende hand in mijn jeansbillen knijpen, ‘kijk maar uit…, jij met je schaatskontje…, mij wilde hij laatst al e’s dronken voeren…’

Beneden in het zaaltje zag ik mijn neef Lucas Jan zitten, een slanke en sterke, harde bouwvakker op z’n bijna zondagse paasbest met een voorjaarse zomerbroek die hem in de zithouding strak zat.
Ik zag zijn getailleerde overhemd spannen terwijl hij al bewegend met zijn bovenlijf zich de stropdas afdeed. Springerig verweerdblond haar en nu al diep gebruind van het buitenwerk, met machtige handen en polsen en onderarmen toen ‘ie z’n mouwen begon op te rollen.
Gefascineerd en gebiologeerd keek ik door de gordijnkier naar die makkelijk hangende vent die zo’n kleine tien jaar ouder moest zijn dan ik.
‘Kom,’ zei Gerben.

We slopen terug en lieten onze lege glazen in de coulissen achter.
In de gang sloeg ik af naar de herentoiletten en glipte er een toiletdeur binnen. Het bier werkte op mijn blaas. Maar ik moest ook mijn gezwollen jodokus tot rust manen. En ik had er maar een paar handbewegingen nodig om me leeg te spuiten en daarna, toen er enige slapte was ingetreden en mijn vlees buigzaam omlaag kon wijzen, opgelucht te wateren.

Eenmaal weer terug in het zaaltje ging ik onder de priemende blikken van mijn stug steile moeder over op cola. Want mijn zakgeld stond op ingehouden worden.
Gerben filosofeerde naast me over een stageplaats bij mijn vader op kantoor en bevroeg me over de computer en wilde weten welk tekenprogramma mijn vader er gebruikte.
Ik wist het niet. Het interesseerde me niet. Dat had het nooit gedaan en ging het ook nooit doen. Maar ik zei hem zijdelings en zonder veel aandacht, dat het best een heel goed idee van hem was…, om te komen stagelopen.

Want mijn aandacht ging uit naar die strakke slanke en harde bouwvakker Lucas Jan…, een voetballende macho dat wel, maar dat die vent…, die was zoals ik het zelf met een mombakkes op en bloot voor de spiegel samen met een opgewonden weerkaatsende sportjongen deed…, terwijl er een brutaal kijkende blonde meid naast Lucas Jan zat te zitten…
Ik zag hem soms naar mij kijken en mij, in mijn lijfelijk gestrekte hangen, uitvoerig opnemen. Hij knipoogde een keer.

En toen ik hem later op zag staan en als een slank en sterk en soepel roofdier naar de gang zag lopen, toen had ik opnieuw aandrang om te wateren. Deze keer was het de cola maar bovenal een magnetisch gedreven nieuwsgierigheid.

In de verder lege herentoilet ging ik naast Lucas Jan aan de pissoirs staan en waterde er in het hooghangende witte porselein.
Hij keek over het schaamschot naar me, en ik naar hem. Even groot waren we en dat verbaasde me opnieuw. Springerig verweerdblond haar, lange wenkbrauwen en brede stralende lichte zeegroene ogen…

‘Zó…!, Roman!,’ zei hij met een bromstem.
‘Wat: zó…!,’ bromde ik terug terwijl mijn blaas leegliep.
‘Dus jij schaatst en roeit tegenwoordig en je bent met voetballen gestopt…’
‘Nou en…?’, bromde ik terwijl ik de laatste druppels weg sloeg en me met een naar voren bewegende huid schoon kneep.
‘Tja…,’ bromde Lucas Jan die blijkbaar klaar was en een stap naar achteren deed.
Ik schrok. Want zijn mannelijke vlees hing nog open en bloot uit de gulp en was dik en half gezwollen terwijl hij het heel langzaam terugduwde in een lage slip en in z’n wijd geopende zomerse voorjaarsbroek.

‘Tja…,’ zei hij nog e’s terwijl ik tussen de schaamschotjes haastig mijn jodokus terugperste in mijn lage boxer, ‘…als je door een groepje voetbaljochies wordt vastgegrepen…’
Nu schrok ik dubbel. Er was dus weldegelijk in de familie over gepraat.
‘Schrik maar niet hoor…,’ grijnsde hij, ‘…je bent echt niet de enige…, ’t gebeurt overal…, nieuwsgierige pubertjes die jaloers zijn op een echte mannensnikkel…
Nou…, je trekt er maar zo vaak aan als je wilt, ook al komt het je de oren uit…, spuiten is gezond…, jij brutale “broekvol”.’

Ik glimlachte, althans dat probeerde ik, terwijl ik met al even veel moeite probeerde mijn gulp dicht te knopen omdat mijn vlees voor de tweede keer begon op te zwellen.
Ik keek naar zijn brede gebruinde bouwvakkershanden die de rits van zijn gulp dichttrokken. Het puilde er groots en brutaal, zag ik, terwijl hij zich langzaam omdraaide en naar de wastafel liep.
Daar hoorde ik hem praten over een zeilboot die hij zich had aangeschaft en die hij morgen ging ophalen. Ik voelde me ietwat teleurgesteld, omdat hij van dat ene, mij opwindende onderwerp afstapte, terwijl ik ook naar de wastafel liep.
‘Heb je zin om me morgen te helpen…?’, vroeg hij naar mij omkijkend en me langdurig opnemen, ‘…ik kan nog wel een sterke jongen gebruiken.’
‘Hè!? Op zondag?’, vroeg ik verbaasd, terwijl er opnieuw een golf van opwinding door me heen joeg.

Hij lachte schamper terwijl ik hem voorover zag buigen om zijn handen te wassen…, sterk en soepel en makkelijk…
Zijn lach was als mijn lach, de lach die spontaan uit mezelf opwelde als mijn opvoeders nog e’s een poging deden om het Heilige Moeten er bij me in te stampen. Dat Heilige Moeten had, dankzij Gerbens openbarende wetenswaardigheden, er een hele Grote Heiligheid bij gekregen: Een Schijnheiligheid.
‘Tuurlijk,’ antwoordde ik daarom, om die schampere lach en ook omdat ik steeds nieuwsgieriger werd naar die sterke brutale…
‘Om acht uur haal ik je morgenochtend af,’ grijnsde hij.
‘Godver…,’ gromde ik amicaal vloekend tegen alle Heiligheden in en met een vreemd opgelucht en gelijk opwindend gemoed.

Grinnikend liep hij achter me langs terwijl ik me bukte om de handen wassen. Een brede bouwvakkershand gleed over mijn jeansbil. En dat voelde heel anders dan de plagende hand van Gerben.

Daarna volgde er in het zaaltje nog het koude en warme lopende buffet. Voor mij was het een oersaai gebeuren, terwijl iedereen vrolijker werd van bier en borrels en wijntjes en ouderwetse sherry’tjes en advocaatjes.
Mijn vader maakte royale lachsalvo’s met z’n vier broers. M’n stug steile moeder begon zowaar te glunderen en kreeg rode konen te midden van d’r schoonzussen.

In die Heilige Schijnsfeer zag ik Lucas Jan bukkend achter mijn moeder met haar praten. Ze keek lachend naar hem op en knikte. En Lucas Jan knipoogde naar me en wenkte me naar de gang.
Daar stond zijn brutaal kijkende blonde vriendin Ireen al klaar. Ze had dienst, begreep ik, en moest bij een zorgcentrum worden afgeleverd.

Pas toen z’n vriendin Ireen bij huize Avondrust was uitgestapt, een verpleegcentrum in de Kleinsteedse Stad van mijn school en ik naast Lucas Jan voorin was komen zitten, begon hij tegen me te praten.
‘Wat een familie, hè?’ grijnsde hij ineens en brutaal.
‘Och,’ grinnikte ik, ‘als je d’r maar een borrel in giet…’
‘Precies…,’ grinnikte hij, ‘…je moeder was het helemaal met me eens…, die vond het ook onzin dat ik je morgenochtend van huis zou moeten gaan ophalen, terwijl je nu zo met me mee kunt rijden.’……<<<

‘Je maakt het wel spannend,’ grijnsde woestblonde Bolijn schuin voor me.
‘Nou, maar dat was het ook…,’ grinnikte ik tegen hem, en duwde mijn duim dieper in zijn broek en om zijn harde kromme lul heen, kneep harder met mijn vier vingers om zijn gulp en vervolgde,‘…dat gevoel van iets verlokkends zonder dat je precies weet wat het precies is…’
Hij rilde even genietend en kreunde zacht, drukte even zijn schoot op in mijn hand en ik kneep zacht in zijn tepel…
‘Ja…,’ grijnsde woestblonde Bolijn naar me achteromkijkend, ‘…toen ik die eerste vakantiedag naar Lucky Jans woonbootje fietste…, ik stond echt stijf van de geiligheid…, de hele weg drukte het zadel in m’n harde kruis…’

We grinnikten beide, woestblonde en bijna blote Bolijn en ik…, als de ondeugende pubers die we toen waren.
Hij werkte zich uit mijn armen, rolde zijn stoeltje achteren en duwde het mijne naar voren, kwam achter me zitten, legde zijn kin op mijn schouder en vouwde zijn handen in mijn holle buik…
Even…, even leek het alsof ik droomde…, dit ooit zo onvoorstelbare…, terwijl we buiten door het openstaande raam de jongens hoorden lachen bij Martín Boucher. Die moest de dag van zijn leven beleven, met dat bijzondere drie kleurige trio…
Toen lazen we verder…, ik wegzinkend in de warmte van woestblonde Bolijn achter me…, met Bolijns handen die langzaam over mijn buik omlaag zakten naar mijn broek…, zijn adem in mijn hals…, zijn ene brede gebronsde hand die zich over mijn gulp vouwde… en de andere die zich langzaam binnen mijn broeksboord perste.
‘Geile hete joekel…,’gromde hij, terwijl ik huiverde van genot, toen vingers zich om mijn natte eikel sloten…

2012 keer gelezen

Score: 5
(van aantal stemmen: 298)

VERTALEN - Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.

Wij gebruiken cookies

Deze website gebruikt cookies om basisfunctionaliteit te garanderen, het gebruik te analyseren en marketing en advertenties te personaliseren zodat deze beter aansluiten bij jouw interesses.