Een trektocht in Jordani
Ik ben geloof ik nogal van het sportieve type, tenminste dat zeggen vrienden altijd. Dus toen ik vorig jaar de uitnodiging kreeg om in plaats van de Nijmeegse vierdaagse te lopen, 10 dagen door de Wadi al Rumm in Zuid-Jordanië te trekken, zag ik dat wel zitten.We vertrokken van Schiphol en kwamen op het vliegveld van Amman aan. Daar werden we opgewacht door onze gids die ons naar het zuiden zou brengen. Een grote terreinwagen bracht ons en onze rugzakken over de snelweg naar het zuiden. Een gewapende politiebeambte ging mee om voor de veiligheid te zorgen. Al gauw waren we drijfnat van het zweet. Wat een hitte, maar we waren voor het avontuur gekomen, dus klagen durfde ik nog niet. De nacht was al gevallen toen we aankwamen bij de wachtpost die toegang geeft tot de Wadi van Lawrence of Arabia. Foto's van de film hingen er wat vergeeld aan de muren. Onze gids in Europese kleding werd afgelost door een bedoeïen in djellaba. Een trotse gestalte, dat zag ik wel. Zijn hoofd was zwaar omwikkeld met de kefiyeh. In het schemerduister met het scherpe licht van de lantaarns kon ik van zijn gezicht nauwelijks meer zien dan zijn neus. Die was de moeite waard, vond ik.
Rond het rokende vuurtje van kamelenmest bij onze tent, lachten we met elkaar over onze vermoeidheid: we hadden nog niets gedaan. We waren met zijn vijven. Jan, een oude kameraad met wie ik vaak ga sporten, Mees en Remmelt, een vriendenpaar met wie ik het goed kan vinden, sinds Mees me ontmaagde en John, een echte hetero die soms ziek word van onze flikkerstreken, maar me toch niet kan missen. Terwijl wij van onze hete thee nipten, schuifelde onze gids op de achtergrond rond. Ik had nog steeds niets meer dan een glimp van hem opgevangen. Hij intrigeert me, dacht ik.
De tent van geitenhaar stonk een uur in de wind, toen we na de thee met munt besloten naar bed te gaan. Er was voldoende plaats voor ons allemaal. Mees en Remmelt trokken zich terug in een hoekje en dat deed John ook, maar dan precies aan de andere kant. Ik lag tegen de achterkant van de tent en Jan meer aan de voorkant. Het was doodstil. Al gauw hoorde ik alleen nog maar de rustige ademhaling van mijn reisgenoten. Alleen ik kon de slaap niet vatten. Na een half uur gooide ik mijn slaapzak van me af, pakte een fleece mee tegen de koude nachtwind en liep naar buiten. De sterren straalden fel en de maan was bijna vol. Ik liet de wind mijn gedachten schoon spoelen. Terwijl ik zo wat onderaan de heuvel heen en weer liep, voelde ik plotseling een aanwezigheid achter me. Het was niet een van mijn vrienden, dat wist ik. De gids! Schoot ineens door me heen, ik draaide me langzaam om. Nog steeds in zijn gewaden gedoken, keek hij me zwijgend aan. Ik deed een stap in zijn richting en aarzelde toen. Hij keek me indringend aan en deed zijn kefiyeh iets naar beneden. Ik zag zijn arabische neus en twee donkere glinsterende ogen. Ik haalde zenuwachtig een hand door mijn lange blonde haar. Al mijn zekerheid was plotseling verdwenen. Aarzelend deed ik nog een stap. Hij gebaarde: volg me. Ik keek om me heen en ging achter hem aan. Zijn gang was van iemand die zeker van zijn zaak is. We liepen de heuvel op, langzaam haalde ik hem in. Onder me zag ik het bedoeïnenkamp liggen. Plotseling stopte hij. Boven ons rees de rotsachtige heuvel nog verder omhoog. Hij wees me een uitsteeksel aan. Ik begreep niet wat hij bedoelde, tot ik iets dichterbij kwam. Een reusachtige, door de wind gevormde penis rees recht overeind. "You like, mister?" Hij had een prachtige stem, diep en warm, met een vet arabisch accent. Nog eens vroeg hij: "You like, mister?" Hij keek me met smachtende ogen aan. Een derde keer: "You like?" Ik kon alleen stom knikken. Plotseling gooide hij zijn kefiyeh naar achter. Een prachtig gevormd jong gezicht kwam te voorschijn. Een mooi gevormde mond onder een scherpe arabische neus en een prachtige kin. Nu de kefiyeh naar achteren was geslagen, zag ik ook in de opening van de djellaba hoe zijn brede keel overging in een prachtige borst. Precies voldoende zwart haar krulde onder de stof vandaan. Ik voelde hoe ik in twintig seconden een enorm stijve pik kreeg. Nog steeds keek hij me vragend aan. Voor hij nog eens kon zeggen: "You like?" greep ik zijn arm vast. Een stevige, mooi gevormde hand streelde over mijn onderarm. Ik rook zijn lichaamslucht nu hij zo dicht bij me stond. Het was stevig en kruidig, maar schoon. Terwijl hij me zo streelde gingen zijn lippen van elkaar. Hij sloot zijn met kohl omrande ogen. Oh, ja, dat doen ze tegen oogziektes, flitste het door me heen. Ik nam hem in mijn armen en kuste hem voorzichtig op zijn lippen, dat was de bedoeling geweest, zijn tong kwam als een slang zo snel om me te begroeten. Hij likte met zachte halen mijn lippen, terwijl mijn handen ondertussen zijn lichaam verkenden. Hij was breed, iets breder nog dan ikzelf, maar iets kleiner dan ik. Mijn handen gingen over zijn schouders en rug naar beneden en vonden een heerlijk kontje. Stevig en gespierd en duidelijk geprononceerd. Onder zijn djellaba voelde ik duidelijke een enorme pik in gezwollen toestand. Terwijl hij plotseling zijn likken in kussen veranderde, probeerde ik hem tegen de rotswand te manoevreren, dat leek me wel zo veilig met de afgrond zo dicht naast me. Ik kuste hem met nog meer kracht woelde met mijn linkerhand door zijn borsthaar. Dat deed hem naar adem snakken. Van beneden hoorden we geschreeuw, dat ons deed ophouden. We keken elkaar aan: "They search you, mister, go, go." Ik wilde helemaal niet ophouden en begon hem opnieuw te zoenen en mijn lijf tegen hem aan te drukken, maar hij ontglipte me en trok zin kefiyeh gauw terug over het hoofd. "Go mister, go, tomorrow an other day." Hij draaide zich om en vluchtte weg. "That way, go there." Wees hij me. Gehoorzaam liep ik de heuvel af.
(meer, bij een hoge waardering)
7142 keer gelezen
Score: 9
(van aantal stemmen: 497)
Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.
