De verhuizing 2

Na het eerste gedeelte te hebben ingestuurd is er een soort last van mij afgevallen. Heerlijk om anoniem je verhaal te kunnen doen zonder steeds onderbroken of veroordeeld te worden. Uit verschillende reacties begreep ik dat sommigen een soortgelijk iets hadden meegemaakt of ook worstelen met een drugsprobleem. Wel besef ik dat mijn verhaal niet geweldig erotisch is. Tenminste, ikzelf heb het niet als super erotisch ervaren. Toch hoop ik dat sommige jongens iets aan het verhaal hebben, en niet dezelfde fouten begaan als ik.

De situatie was nu dus duidelijk. Leroy had te kennen gegeven mij van coke te blijven voorzien zolang ik maar deed wat van mij verwacht werd. Het contact met mijn moeder ging over. Ze had door diverse voorvallen afstand van mij genomen. Het huis van Leroy werd mijn thuis. Vanaf het balkon van Leroy zag ik nooit meer licht branden in het huis van mijn moeder. Waarschijnlijk zat ze altijd bij die Karel of een nieuw scharreltje. Ik vond het eigenlijk wel prima allemaal. De warmte die ik gemist had was opgevuld door mijn nieuwe liefde, de coke. Mijn enige doel werd het `scoren` en het duurde dan ook niet lang dat ik nauwelijks de slaapkamer nog uitkwam. Douchen en snel wat drinken waren maandenlang de enige momenten buiten deze 4 muren. S`nachts kroop Leroy bij mij in bed en keer op keer moest ik hem pijpen tot het moment hij in mijn mond klaarkwam. In de weekenden werd het een vast ritueel om mij om de beurt te `pakken`. Meestal waren ze met 4, vaak ook met meer. Achteraf bedenk ik weleens dat ze geen van allen homo waren, maar ik was er toch en onder invloed maakte het die gasten weinig uit waar ze hun zaad in spoten. Geef die gast een paar lijntjes en je kunt hem boven of onder net zo lang naaien als je wil, zullen ze gedacht hebben. Het deed mij weinig toen. Aankleden had geen nut, om de haverklap moest het toch weer uit, dus liep ik hele dagen in mijn naakie door het huis, als ik de slaapkamer al uit kwam. Door een `klant` van Leroy werd zijn handelsgeest al snel aangewakkerd. Op een zekere avond loop ik van de badkamer naar de slaapkamer. Die klant, een jaar of 30, had mij schijnbaar gezien en had zijn interesse getoond aan Leroy. Een tweede inkomstenbron was geboren. Dag in dag uit was het een komen en gaan van mannen en jongens. Achteraf ben ik Leroy voor 1 ding wel dankbaar. Zonder condoom mocht er niks gebeuren. Alleen hij en zijn beste maten hadden zichzelf dat `recht` toegeëigend.
Ik ging mij slechter voelen met de dag. Ik kreeg spontaan bloedneuzen, had hallucinaties en eten deed ik al een tijdje niet meer. Als er even geen klant was wist ik niet hoe gauw ik onder de douche moest stappen. Ik voelde me vies en niks waard. De dood leek mij een verlossing.
Weer werd het weekend. Buiten was het goed koud leek het, en zowel die dealers als ik hadden een rustige avond. Af en toe ging de bel, er werd wat overhandigd en weg waren ze weer. Laat op de avond hoor ik de bel nogmaals gaan. Deze keer laat Leroy zijn gasten in huis aangezien hij deze jongens niet kent. Ze vragen of hij ook weed verkoopt. Leroy ontkent en ze maken weer rechtsomkeer. Bij het weggaan zie ik dat 1 van die jongens geruime tijd mijn richting op kijkt. Pas als de deur dichtklapt herken ik in hem een oude buurtgenoot. Een aardige gozer uit dat onschuldige dorpje waar ik zo`n veilig leventje had. Of leek hij er alleen maar op? Uit nieuwsgierigheid loop ik naar het raam. Ik zie twee gasten in een klein zwart autootje stappen. Nummer drie blijft nog even staan en kijkt omhoog. Nu herken ik hem duidelijk en zijn naam schiet mij ook direct te binnen: Edwin. Mijn leeftijd, verzorgd, vlotte kleding en een gezonde blos op zijn wangen. Zo had ik er ook uit kunnen zien, schoot er door mijn hoofd. Nu ben ik broodmager, heb ingevallen wangen en heb totaal geen toekomst meer. Ik heb het even niet meer en loop weg van het raam. Ik wil naar bed, met rust gelaten worden. Gelukkig beslissen Leroy en zijn vrienden om nog te gaan stappen. Mij wordt nog een snowsealtje (zakje met coke) toegeworpen en weg zijn ze. Het duurt niet lang en neem weer een paar lijntjes. Dat klote gevoel wat ik had moest en zou ik weg snuiven. Slapen lukt niet. Teveel gesnoven. Ik besluit om in de woonkamer nog wat televisie te kijken. Ik klik de tv aan en als ik mij omdraai om naar de bank te lopen zie ik buiten in mijn ooghoek wat bewegen. Ik kijk naar beneden. Ik kan mijn ogen niet geloven. Naast een klein zwart autootje staat Edwin. Hij zwaait naar mij en maakt een gebaar de deur te openen. Ik twijfel, maar aangezien Leroy waarschijnlijk de komende uren toch nog niet thuis komt laat ik hem binnen. Gauw schiet ik in een trainingsbroek van Leroy. Even later staat hij voor me. Met zijn handen gevouwen om zijn mond. Hij is duidelijk erg geschrokken van mijn voorkomen. Wat hij precies zei weet ik niet meer, maar hij raakte me tot in mijn ziel. Ik barst in tranen uit. Sinds lange tijd voel ik weer wat warmte in mij opborrelen als hij mij troostend naar zich toetrekt. `Je moet hier weg` hoor ik hem nog zeggen. Ik besef nu goed dat daar blijven ook mijn einde zou betekenen, maar leg hem uit dat ik nergens heen kan. `D`as van latere zorg, pak je spullen` zegt hij vastberaden. Ik twijfel geen moment meer en pak wat kledingstukken bij elkaar. Binnen de minuut ben ik gereed. Achteraf besef ik dat die 2 broeken, een trui, 2 t-shirts en een paar afgetrapte gympen mijn enige bezittingen waren. Vlug grijp ik nog een jas van Leroy van de kapstok. Het was berekoud wist Edwin mij namelijk te vertellen. Ik weet nog dat we lang moesten rijden om bij het huis van Edwin te komen. Ook hij woonde niet meer in het dorp waar wij vandaan kwamen. Door zijn werk was hij aan de andere kant van Nederland gaan wonen. Door een stapavond met oude studiegenoten was hij bij pure toeval in de flat van Leroy terecht gekomen. Dit toeval betekende voor mij mijn redding.
De dagen hierna zijn vaag. Ik was zo ziek als een hond. Overgeven, hoge koorts en zweten als een otter. Maar constant was Edwin daar. Met een washandje, wat water of een welkome omhelzing. Vaak zag ik het niet meer zitten zonder die rommel, maar elke keer wist Edwin mij weer uit de shit te trekken.

Na een maand of wat heb ik samen met Edwin de politie ingelicht. We hebben bewust geen aangifte gedaan aangezien de kans dan bestond hem weer tegen het lijf te lopen. Maanden later heb ik begrepen dat hij en een paar van zijn `collega`s voor verboden wapenbezit en drugshandel lange tijd achter de tralies zijn verdwenen. Ik hoop voor hem dat hij daar `het matras` van zijn celblock wordt.

En wat betreft Edwin? We zijn verliefd geworden, zijn dat nog steeds, en wonen nu al weer 4 jaar samen, heel veilig aan de andere kant van Nederland. In een schone buurt waar iedereen elkaar kent. Samen runnen wij twee winkels. Het gaat ons goed.

Jongens in een soortgelijke situatie: Ik weet als geen ander dat hoop soms iets onaantastbaar is. Je ziet in jouw situatie geen uitweg meer. Maar geloof me: Als je iemand weet te vinden waarvan je mag houden en het is wederzijds, dan help je elkaar door alles heen.
No mountain to high.

alfredo.zh@hotmail.com

5154 keer gelezen

Score: 8
(van aantal stemmen: 323)

Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.

Wij gebruiken cookies

Deze website gebruikt cookies om basisfunctionaliteit te garanderen, het gebruik te analyseren en marketing en advertenties te personaliseren zodat deze beter aansluiten bij jouw interesses.